Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/9.1:9.1 Inleiding
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/9.1
9.1 Inleiding
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS402006:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het voorgaande is vrijwel uitsluitend aandacht besteed aan het geval dat een eigendomsvoorbehoud wordt bedongen in een tweepartijensituatie. De verkoper draagt een zaak over aan de koper, verleent hem uitstel van betaling en behoudt zich de eigendom van de zaak voor totdat de koper de verschuldigde prestatie volledig heeft voldaan. In de praktijk pleegt een eigendomsvoorbehoud ook vaak bedongen te worden wanneer de aanschaf van de zaak niet door de verkoper wordt gefinancierd – die daartoe namelijk niet altijd in staat is – maar door een derde.
In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de vraag of en, zo ja, op welke wijze het bedingen van een eigendomsvoorbehoud bij financiering door een derde zich verdraagt met de in dit proefschrift verdedigde functie van het eigendomsvoorbehoud, zoals die in hoofdstuk 2 aan de orde is gekomen. Daartoe wordt allereerst aandacht besteed aan de mogelijke constructies die bestaan om het eigendomsvoorbehoud in te zetten bij financiering door een derde. In het vervolg wordt toegespitst op het geval dat de verkoper een eigendomsvoorbehoud bedingt en vervolgens de voorbehouden eigendom en de koopprijsvordering overdraagt aan de derde. In het bijzonder staat daarbij de vraag centraal in hoeverre het eigendomsvoorbehoud dan nog beantwoordt aan de functie, namelijk het voorbehouden van de eigen prestatie teneinde de ongedaanmaking na ontbinding veilig te stellen.
In dat kader wordt onderzocht of de voorbehouden eigendom een afhankelijk recht of nevenrecht is, dat met de koopprijsvordering overgaat op de cessionaris. Aansluitend wordt ingegaan op de gevolgen van subrogatie op het eigendomsvoorbehoud. Vervolgens wordt ingegaan op de verhouding tussen het fiduciaverbod en de overdracht van de voorbehouden eigendom. Tot slot wordt aandacht besteed aan een tweetal problemen die samenhangen met de omstandigheid dat de cessionaris van de koopprijsvordering en verkrijger van de voorbehouden eigendom geen partij is bij de tussen verkoper en koper gesloten koopovereenkomst. Het gaat daarbij ten eerste om de vraag in hoeverre de koper zijn gebruiksrecht kan tegenwerpen aan de verkrijger van de voorbehouden eigendom. In de tweede plaats rijst de vraag op welke wijze de verkrijger van de voorbehouden eigendom kan overgaan tot uitoefening van het eigendomsvoorbehoud en wat de consequenties daarvan zijn voor de tussen verkoper en koper gesloten koopovereenkomst.