Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/9.8:9.8 Conclusie
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/9.8
9.8 Conclusie
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS396123:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is aandacht besteed aan de mogelijkheden om het eigendomsvoorbehoud te benutten indien de aanschaf van de zaak niet door de verkoper maar door een derde wordt gefinancierd. Daarbij is de aandacht uitgegaan naar de constructie waarbij de verkoper een eigendomsvoorbehoud bedingt en vervolgens de koopprijsvordering cedeert en de voorbehouden eigendom overdraagt aan deze derde. De overige constructies bij financiering door een derde, zoals de voorafgaande aanschaf van de zaak door de derde of een sale-and-lease-back-constructie, hebben namelijk gemeen dat uiteindelijk sprake is van een eigendomsvoorbehoud in een tweepartijenrelatie. In een dergelijk geval wordt het eigendomsvoorbehoud bedongen in de overeenkomst tussen de derde en de koper, zodat geen bijzonderheden optreden als gevolg van het feit dat een derde de aanschaf financiert. In feite is de derde in een dergelijk geval de verkoper geworden.
Bij de cessie van de koopprijsvordering is de overdracht van de voorbehouden eigendom noodzakelijk, omdat de voorbehouden eigendom geen van de vordering afhankelijk recht of nevenrecht is. Tegen de achtergrond van het fiduciaverbod bestaan geen bezwaren tegen een zodanige overdracht. Aangezien de positie van de koper niet verslechtert door deze overdracht en zodoende identiek is aan de positie bij een ‘gewoon’ eigendomsvoorbehoud, bestaan vanuit de strekking van het fiduciaverbod, dat gericht is op de bescherming van de schuldenaar tegen onderbedeling, geen bezwaren tegen de overdracht. Een zodanige overdracht stuit derhalve niet af op het verbod van artikel 3:84 lid 3 BW.
Vervolgens is aandacht besteed aan de wijze waarop het eigendomsvoorbehoud functioneert in de verhouding tussen de derde en de koper. In dat kader treedt een aantal bijzonderheden op, omdat de derde geen partij is bij de koopovereenkomst met de koper. In dat kader is aandacht besteed aan het gebruiksrecht van de koper ten aanzien van de zaak. Aangezien dit gebruiksrecht niet slechts een grondslag heeft in de koopovereenkomst, maar besloten ligt in het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde van de koper, kan de koper dit gebruiksrecht ook tegenwerpen aan de verkrijger van de voorbehouden eigendom.
Tot slot is onderzocht op welke wijze de derde kan overgaan tot uitoefening van het eigendomsvoorbehoud. Ogenschijnlijk bestaan ook daar moeilijkheden, omdat de uitoefening van het eigendomsvoorbehoud pas mogelijk is na of met gelijktijdige ontbinding van de koopovereenkomst. Aangezien de derde geen partij is bij de koopovereenkomst, kan hij deze overeenkomst echter niet ontbinden. De oplossing wordt geboden door een afzonderlijke overdracht van het ontbindingsrecht, dat als wilsrecht zelfstandig overdraagbaar is. Een zodanige overdracht kan ook besloten liggen in de overdracht van de voorbehouden eigendom. Vervolgens is de derde in staat om tot uitoefening van het eigendomsvoorbehoud over te gaan.