Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.5.2.7:5.5.2.7 Toch stemrecht?
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.5.2.7
5.5.2.7 Toch stemrecht?
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS435733:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie het oorspronkelijk voorgestelde art. 228 lid 4 flex-BV dat zag op het flexibel stemrecht.
Zie hierover onder meer NnavhV, TK, 2008-2009, 31 058, nr. 6, p. 14-17. Zie ook Ten Berg 2007.
Zie ook de Vries 2010, p. 425, bij wie ik steun krijg voor de opvatting dat houders van stemrechtloze aandelen het uittreedrecht zouden moeten krijgen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Houders van stemrechtloze aandelen kunnen het uittreedrecht krijgen door ten aanzien van stemrechtloze aandelen wettelijk te bepalen dat aan die aandelen in bepaalde bijzondere gevallen stemrecht wordt toegekend. Bijvoorbeeld in België geldt dat houders van stemrechtloze aandelen bij een besluit tot fusie stemrecht hebben. De regeling is opgenomen in artikel 240 Wetboek van vennootschappen dat gedeeltelijk luidt:
`Niettegenstaande enige andersluidende bepaling in de statuten hebben de houders van aandelen zonder stemrecht toch stemrecht in de volgende gevallen:
(..);
wanneer de algemene vergadering zich moet uitspreken over (...), of over de ontbinding, de fusie en de splitsing van de vennootschap.'
Het uitgangspunt is hier anders dan in Nederland oorspronkelijk bij de flex-BV was voorgesteld. Het resultaat is nagenoeg hetzelfde.
In het Belgische systeem heeft de aandeelhouder het stemrecht ten aanzien van alle besluiten, tenzij de statuten anders bepalen. In het oorspronkelijk in Nederland voorgestelde systeem had de aandeelhouder het stemrecht niet, tenzij de statuten anders bepaalden.1
In beide systemen zou het mogelijk zijn te regelen dat aandeelhouders stemrecht hebben bij de fusie of juist niet.
Voordeel van een systeem zoals het Belgische, waarbij de wetgever als uitgangspunt neemt dat de aandeelhouder zonder nadere regeling stemrecht heeft ten aanzien van een besluit tot fusie, is dat wanneer bij het opstellen van de statuten over een mogelijke grensoverschrijdende fusie niet is nagedacht, stemrechtloze aandeelhouders van het uittreedrecht gebruik kunnen maken. In het oorspronkelijk voorgestelde Nederlandse systeem, waarin zij in zo'n geval geen stemrecht hebben, kunnen zij dat niet. Een rechtvaardiging voor die conclusie kan zijn dat zij niet voor niets geen stemrecht hebben. Daarnaast mag het niet zo zijn, dat een houder van stemrechtloze aandelen stemrecht krijgt om daarmee zijn uittreedrecht veilig te stellen maar daarbij ook in zijn macht heeft de fusie te frustreren. Zijn er zoveel stemrechtloze aandelen uitgegeven dat zij een meerderheid vormen, dan zouden de houders bij de besluitvorming over de grensoverschrijdende fusie de houders van aandelen met stemrecht overstemmen. Houders van stemrechtloze aandelen zouden daarmee meer macht hebben dan minderheidsaandeelhouders met stemrecht. Een ongewenst effect dat hiervoor al aan de orde kwam.
Zoals bekend is, is het oorspronkelijk voorgestelde flexibele stemrecht in Nederland getorpedeerd.
In de flex-BV is het niet mogelijk de aandeelhouders stemrecht te geven ten aanzien van een aantal besluiten.2 Daarmee lijkt ook de Belgische variant, met alle geschetste nadelen geen optie meer.
Meer zie ik in de oplossing waarbij artikel 333h wordt aangepast en waarbij de houder van het stemrechtloze aandeel, gebruikmakend van zijn vergaderrecht3 in de algemene vergadering aangeeft tegen de fusie te zijn en op grond daarvan — dus zonder ter zake de fusie te stemmen — het uittreedrecht toekomt. Voor dat voorstel verwijs ik naar § 5.7.4