Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/8.5.3.7
8.5.3.7 Private regelgeving
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713216:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Par. 6.4.7.
Par. 6.4.7.
Rb. Amsterdam 7 september 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:5646, r.o. 4.5.
Hof ’s-Hertogenbosch 14 maart 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:995, r.o. 6.5.2.3-4.
Rb. Den Haag 9 maart 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:13168, r.o. 4.7; Rb. Rotterdam 18 november 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:11149, r.o. 4.6.
Hof Arnhem-Leeuwarden 17 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10717, JA 2020/40, r.o. 7.15.1. In cassatie stond dit niet ter discussie. Zie ook: HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1534, NJ 2021/363, m.nt. J. Spier.
Hof Amsterdam 6 juli 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2008; Hof ’s-Hertogenbosch 18 januari 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:103, JA 2022/46; Rb. Den Haag 9 juni 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:7475; Rb. Gelderland 6 oktober 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5280; Rb. Amsterdam 21 maart 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1482, JA 2022/88.
Rb. Oost-Brabant 26 augustus 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:5033, JA 2021/134.
Bijvoorbeeld: Rb. Amsterdam 21 maart 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1482, JA 2022/88.
Rb. Middelburg 16 augustus 2008, ECLI:NL:RBMID:2008:AZ0565.
Rb. Middelburg 16 augustus 2008, ECLI:NL:RBMID:2008:AZ0565, r.o. 4.4.
Rb. Gelderland 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4565.
Rb. Gelderland 12 juli 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:2021.
Sommige private regelingen leggen specifiek ondernemers extra eisen op. De verbindendheid van dergelijke regelingen is afhankelijk van veel omstandigheden.1 Indien partijen de toepasselijkheid van de regeling geen onderdeel maken van het partijdebat of indien de laedens zichzelf heeft gebonden aan een regeling, zullen deze normen al snel doorwerken in het onrechtmatigheidsoordeel.2 In de lagere rechtspraak ben ik verschillende zaken tegengekomen waarin de rechter aan dergelijke regelingen toetste. Het ging bijvoorbeeld om een geval waarin de financiële dienstverlener niet zijn eigen acceptatienormen had gebruikt bij de berekening van het maximale bedrag dat eiseres kon lenen.3 Vergelijkbaar is een geval waarin een financiële ondernemer niet de gedragscode van de Vereniging van financieringsondernemingen in Nederland had nageleefd door verkeerde inkomensgegevens te gebruiken bij de berekening hoeveel krediet verstrekt kon worden, waardoor uiteindelijk sprake was van overkreditering.4 Daarnaast kunnen twee gevaarzettingsgevallen genoemd worden waarin de laedens aansprakelijk werd gehouden voor het schenden van de eigen veiligheidsregels en het niet opvolgen van eigen veiligheidsinstructies.5 Ook een zaak over aardbevingenschade past in dit rijtje. Centraal stond een schadeafwikkelingsprotocol aan de hand waarvan NAM slachtoffers van aardbevingen betaalde. Bij de beantwoording van de vraag of NAM aansprakelijk is voor de schade, verwees het hof Arnhem-Leeuwarden naar dit protocol en overwoog:
“In het Protocol legt NAM zelf een verband tussen haar schade en de afwikkeling van die schade op basis van het Protocol. Bovendien heeft NAM tienduizenden keren uitkeringen gedaan in gevallen van fysieke schade. Het is onwaarschijnlijk dat NAM dit uit coulance doet, zonder dat verplicht te zijn omdat zij aansprakelijk is voor deze schade. NAM is geen filantropische instelling, maar een dochtervennootschap van twee multinationals.”6
Indien de toepasselijkheid van een private regeling ter discussie staat of indien de aangesproken partij zich niet heeft gebonden aan een regeling, kan de regeling toch doorwerken in het onrechtmatigheidsoordeel. In paragraaf 6.4.7 schreef ik dat de hoedanigheid van de laedens voor de verbindendheid van belang kan zijn. In de lagere rechtspraak ben ik echter weinig voorbeelden tegengekomen die dit illustreren. In verscheidene uitspraken staat de toepasselijkheid van NEN-normen ter discussie.7 In een geschil over een ongeval in een horecagelegenheid, voert de horeca-eigenaar aan dat de Branchevereniging Koninklijke Horeca Nederland geen specifieke regelgeving heeft opgesteld in verband met het gebruik van glaswerk op hoger gelegen verdiepingen en dat de horeca-eigenaar daarom niet aansprakelijk is. Hoewel de rechtbank Oost-Brabant tot hetzelfde oordeel komt, gaat zij niet in op de (afwezigheid van) regelgeving van de Branchevereniging.8
In het kader van de kwalitatieve aansprakelijkheden werkt de hoedanigheid van ondernemer eveneens door via de invloed van private regelgeving. Private veiligheidsstandaarden worden aangegrepen om de gebrekkigheid van een zaak te beoordelen.9 Voor een bedrijf is het daarom zaak om op de hoogte te zijn van deze voorschriften en deze na te leven. Een dergelijk voorschrift geldt niet of in mindere mate voor particulieren, zo blijkt uit een tweetal uitspraken over een val door een glazen wand dan wel deur. In het eerste geval ging het om een peuter die door een glazen windscherm was gelopen en daarbij letsel had opgelopen.10 De rechtbank wees de aansprakelijkheid van de bezitter van de glazen wand af. Zij legde aan haar oordeel ten grondslag dat bij een (opstal in een) privétuin minder hoge eisen mogen worden gesteld aan de veiligheid, dan aan een publiek toegankelijke omgeving.11 In het tweede geval – voorgelegd aan de rechtbank Gelderland – ging het om een student die door een glazen klapdeur van een onderwijsinstelling was gelopen en daarbij peesletsel had opgelopen.12 De vraag was of de klapdeur gebrekkig was. Daarbij was met name van belang of de betreffende klapdeur, in lijn met de geldende NEN-normen, veiligheidsglas bevatte. De rechtbank oordeelt, na het horen van meerdere deskundigen, dat eiser niet had bewezen dat de klapdeur ‘gewoon glas’ bevatte en wees de vordering af.13 Hoewel de rechter in beide zaken de vordering afwees, is hieruit wel op te maken dat aan een glazen wand in een privé-omgeving lagere eisen worden gesteld dan aan een glazen wand in een professionele (ofwel: publiek toegankelijke) omgeving. In dat laatste geval vereist de rechter een mate van veiligheid die in overeenstemming is met NEN-normen (in casu: veiligheidsglas). Volgens de toepasselijke NEN-normen gelden voor woningen andere vereisten dan voor bijvoorbeeld ziekenhuizen, scholen en winkels.