Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/4.3.2
4.3.2 Hoofdregel: Nee, tenzij
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661473:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Soms lijkt de belastingrechter mogelijkheden te vinden om flexibel(er) om te gaan met de (strenge) koers in de voorlichtingsjurisprudentie, bijv. afwijking van de hoofdregel vanwege ‘bijzondere’ omstandigheden (bijv. HR 19 december 1990, nr. 25.957, BNB 1991/77), door het dispositievereiste niet relevant te achten (bijv. Hof ’s-Hertogenbosch 3 maart 2017, nr. 16/00249, V-N 2017/25.17), door bepaalde fiscale gevolgen aan te merken als schade in de zin van het dispositievereiste (Rechtbank Haarlem 20 september 2005, nr. 05/757, V-N 2005/55.2), door een uiting van de BelastingTelefoon niet op voorhand als toezegging uit te sluiten (bijv. Hof Den Bosch 13 februari 2020, nr. 19/00393, V-N 2020/28,17, r.o. 4.9), of door de lezing van de burger redelijk te achten en daarmee het gewekte vertrouwen (bijv. r.o. 5.15 van de hofuitspraak in HR 29 januari 2021, nr. 20/01427, BNB 2021/76).
In deze paragraaf bespreek ik de huidige koers, waarin de Hoge Raad zeer terughoudend is in het beschermen van door voorlichting gewekte verwachtingen.1 De hoofdregel is nee, tenzij, zoals in deze paragraaf wordt toegelicht.
4.3.2.1 Ontwikkelingen in de voorlichtingsjurisprudentie4.3.2.2 Hoofregel en criteria4.3.2.3 Ratio en motivering4.3.2.4 Hoe wordt de huidige koers in de fiscale literatuur opgevat?4.3.2.5 Sfeerschets: Jurisprudentieonderzoek periode 1979-20204.3.2.6 Analyse: redenen voor de huidige koers en juridische kanttekeningen