Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/5:Hoofdstuk 5 Het kenbaarmakingsbeginsel
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/5
Hoofdstuk 5 Het kenbaarmakingsbeginsel
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363003:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige hoofdstukken is stilgestaan bij het karakter van beginselen (hoofdstuk 3) en bij de vraag wanneer Unierechtelijke beginselen doorwerken in het nationale recht (hoofdstuk 4). Beginselen concurreren met elkaar en er moet steeds een weging worden gemaakt tussen concurrerende beginselen om te kunnen beoordelen welk beginsel in een specifiek geval voorrang krijgt. Voordat kan worden stilgestaan bij het wegen van het kenbaarmakingsbeginsel met daarmee concurrerende beginselen (hoofdstuk 6) is het noodzakelijk dat eerst wordt onderzocht wat het beschermingsniveau is van het kenbaarmakingsbeginsel. Dit onderzoek zal ik in het onderhavige hoofdstuk doen. Dat wil zeggen dat ik de inhoud van het kenbaarmakingsbeginsel onderzoek zonder dat andere beginselen dit recht beperken.
Het kenbaarmakingsbeginsel is het Unierechtelijke recht een standpunt naar behoren en effectief kenbaar te mogen maken over de elementen waarop een bestuursorgaan een besluit wil baseren voordat een bestuursorgaan een bezwarend besluit neemt. De omschrijving van het kenbaarmakingsbeginsel geeft informatie over de subjectieve en objectieve reikwijdte van het kenbaarmakingsbeginsel. Er moet sprake zijn van een belanghebbende bij een te nemen overheidsbesluit die aanmerkelijk in zijn belang wordt geraakt. De subjectieve en objectieve reikwijdte onderzoek ik in de paragrafen 5.1 en 5.2. In de inleiding is al besproken dat verschillende onderdelen van het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel op verschillende momenten in de tijd hun intrede doen (paragraaf 1.2). Sommige onderdelen zijn er vanaf het eerste moment (onderzoeksfase zonder betrokkenheid van een persoon), andere onderdelen komen op verschillende momenten erbij. In paragraaf 5.3 wordt daarom de temporele reikwijdte van het kenbaarmakingsbeginsel onderzocht. In paragraaf 5.4 onderzoek ik de vier deelaspecten van het kenbaarmakingsbeginsel. Al eerder heb ik geconstateerd dat de codificatie van het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel in het Handvest moet worden onderzocht (paragraaf 3.8). In paragraaf 5.5.1 wordt bekeken in hoeverre in de artikelen 41, 47 en 48 van het Handvest het kenbaarmakingsbeginsel is gecodificeerd of deelaspecten daarvan zijn gecodificeerd en in hoeverre die artikelen relevant zijn voor een beroep op het kenbaarmakingsbeginsel in Nederlandse fiscale zaken. Aangezien de codificatie van het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel een oorsprong kent in het EVRM, zal ook de relatie tussen het Handvest en het EVRM aan de orde komen (paragraaf 5.5.2). Ten slotte wordt ook nog de codificatie van het kenbaarmakingsbeginsel in het DWU onderzocht (paragraaf 5.5.3), waarna de gevolgen van de codificatie van het kenbaarmakingsbeginsel in het Handvest en het DWU worden besproken (paragraaf 5.5.4). Het hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting en een conclusie.
5.1 Subjectieve reikwijdte5.2 Objectieve reikwijdte5.3 Temporele reikwijdte5.4 De inhoud van het kenbaarmakingsbeginsel5.5 De codificatie van het kenbaarmakingsbeginsel5.6 Samenvatting en conclusie