Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/5.4
5.4 De inhoud van het kenbaarmakingsbeginsel
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362972:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld conclusie A-G Lagrange van 26 maart 1963 in de zaak 32/62, (Alvis), p. 132.
Keulemans 2016A onder 2.1.
Conclusie A-G Ruiz-Jarabo Colomer van 11 februari 2003 in de zaken C-204/00 P, C-205/00 P, C-211/00 P, C-213/00 P, C-217/00 P en C-219/00 P, (Aalborg Portland), punt 28.
HvJ 17 december 2015, zaak C-419/14, (WebMindLicenses).
HvJ 3 maart 2005, zaak C-32/03, (Fini H), punt 32; Zie ook: HvJ 21 februari 2006, zaak C-255/02, (Halifax), punt 68; HvJ 16 oktober 2019, zaak C-189/18, (Glencore).
Slooten, van, 2014; Hof ’s-Gravenhage 27 juni 2014, nrs. BK-11-00118, 11-00119 en BK-11-00135, V-N Vandaag 2014/1515 en HR 10 juli 2015, nr. 14/04046, NTFR 2015/2115, r.o. 2.4.2: Alhoewel het Hof ’s-Gravenhage op 27 juni 2014 oordeelde dat de belanghebbende bij fraude geen beroep kon doen op het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel, maakte de Hoge Raad met een juiste toepassing van het Unierecht hier korte metten mee. Zie ook: HR 13 november 2015, nr. 14/05685, NTFR 2015/3014, BNB 2016/43, punt 2.2.3.
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel is een materieel beginsel van formeel recht.1 Het begrip ‘zich kunnen verdedigen’ is een materieel begrip.2 Vorenstaande geldt eveneens voor de aspecten van het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel, zoals het kenbaarmakingsbeginsel en de deelaspecten daarvan. De deelaspecten van het kenbaarmakingsbeginsel zijn geen doel op zich, maar staan ten dienste van de functie van het kenbaarmakingsbeginsel. A-G Ruiz-Jarabo Colomer geeft dit in de zaak Aalborg Portland duidelijk weer.3 Hij overweegt dat het materiële begrip niet alleen ziet op de raadpleging van het dossier, maar ook op het recht een standpunt kenbaar te maken, het recht te worden geïnformeerd over de beschuldiging, het recht gebruik te maken van bewijsmiddelen die effectief zijn voor de verdediging en eventueel het recht op bijstand van een advocaat. Als een belanghebbende het kenbaarmakingsbeginsel inroept in een nationale procedure dient de nationale rechter niet te controleren of alles formeel in orde is, maar of de persoon zich materieel heeft kunnen verdedigen. Vanuit dit perspectief is het niet zozeer van belang of het kenbaarmakingsbeginsel is verankerd in het nationale recht, maar is het van belang dat een bestuursorgaan een belanghebbende feitelijk de gelegenheid geeft van dit recht gebruik te maken. Van dit recht mag een belanghebbende ook gebruikmaken als sprake is van een vermoeden van fraude, misbruik en bedrog en zelfs als fraude, misbruik of bedrog vaststaat.4 Hierover heeft discussie bestaan, omdat het Hof van Justitie in diverse omzetbelastingzaken betreffende misbruik, fraude of bedrog heeft overwogen dat justitiabelen in dat geval geen beroep op het Unierecht kunnen doen.5 Zoals Van Slooten terecht naar voren brengt, ziet de overweging van het Hof van Justitie – dat in het geval van misbruik, fraude of bedrog de belanghebbende geen beroep kan doen op beginselen van Unierecht – op beginselen van materieel recht en niet op beginselen met een procedureel karakter, zoals het kenbaarmakingsbeginsel.6 Het besef dat sprake is van een materieel beginsel van formeel recht, speelt een rol bij het bepalen wanneer aan de verschillende deelaspecten van het kenbaarmakingsbeginsel wordt voldaan.
5.4.1 Het recht op informatie5.4.2 Het recht op (inzage in) de stukken5.4.3 Het recht op voldoende tijd ter voorbereiding van de verdediging5.4.4 Het recht een standpunt kenbaar te mogen maken over de elementen waarop een bestuursorgaan een besluit wil baseren