Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/1.2.2:1.2.2 Wilders
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/1.2.2
1.2.2 Wilders
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233682:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Amsterdam 23 juni 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9001, NJ 2012/370, m.nt. Mevis, AA 2012, p. 290-294, m.nt. Schutgens.
Rb. Den Haag 14 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:12362, r.o. 2.3.2 (tussenvonnis); Rb. Den Haag 9 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:15014, r.o. 4.2 (eindvonnis).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een andere recente zaak die met de political question-doctrine in verband is gebracht, is de strafzaak tegen Geert Wilders naar aanleiding van zijn beruchte ‘minder minder’-uitspraak tijdens een politieke bijeenkomst van de PVV in 2014. Tijdens deze bijeenkomst vroeg Wilders zijn aanwezige aanhangers of zij meer of minder Marokkanen in Nederland wilden. Nadat zijn aanhangers scandeerden minder Marokkanen te willen, zegde Wilders toe dat te zullen gaan regelen. Het Openbaar Ministerie besloot Wilders voor deze uitspraak te vervolgen, kennelijk niet ontmoedigd door diens vrijspraak in een eerdere strafzaak over bepaalde uitspraken over de islam.1
De advocaat van Wilders in deze nieuwe strafzaak wierp voor de rechtbank in Den Haag de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie op. Daarbij deed hij uitdrukkelijk een beroep op de political question-doctrine: of de beruchte uitspraak van Wilders toelaatbaar was, was volgens diens advocaat een ‘political question’ en daarom voorbehouden aan het parlement. De Haagse rechtbank ging daar niet in mee. Zonder de doctrine als zodanig te noemen, overwoog zij dat zij met een inhoudelijk oordeel over de toelaatbaarheid van de uitspraken van Wilders geen oordeel zou geven over het ‘soort democratie dat Nederland zou moeten hebben’ of het beleid dat volgens Wilders of de PVV zou moeten worden gevoerd.2