Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/3.7:3.7 Ingroeiregelingen
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/3.7
3.7 Ingroeiregelingen
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS411328:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kaplow 1986, p. 571.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een ingroeiregeling impliceert – evenals een afbouwregeling – een geleidelijke overgang naar de nieuwe regel. Voorbeelden van overgangsmaatregelen die ik als ingroeiregeling kwalificeer, zijn te vinden in de Inv.w. Wet IB 2001. In hfdst. 2 art. I onderdeel A Inv.w. Wet IB 2001 is bijvoorbeeld een regeling opgenomen die voor op 1 januari 2001 bestaande ondernemers voorziet in een verhoging van de stakingsaftrek. Gedurende vijf jaren neemt de verhoging jaarlijks af, waardoor wordt bereikt dat ‘bestaande’ gevallen stapsgewijs naar de nieuwe situatie toegroeien. De financiële gevolgen van de nadeliger nieuwe regel worden in de tijd steeds meer ‘voelbaar’. Anders dan bij afbouwregelingen het geval was, wordt aangesloten bij de systematiek van de nieuwe regel. De – nieuwe – stakingsaftrek wordt immers verhoogd; er wordt dus niet langer gewerkt met de – oude – stakingswinstvrijstelling.
Een minder duidelijk voorbeeld van een ingroeiregeling is hfdst. 2 art. I onderdeel Sa Inv.w. Wet IB 2001. Die bepaling regelt dat de in art. 3.130 lid 2 lid Wet IB 2001 genoemde terugwentelingsperiode voor aftrek van lijfrentepremies van zes maanden gedurende twee jaren wordt verlengd tot twaalf maanden. Door deze overgangsmaatregel kregen pensioenuitvoerders na de invoering van de Wet IB 2001 meer tijd om de voor het berekenen van de jaarruimte benodigde gegevens over de pensioenaangroei aan belastingplichtigen te verstrekken, welke jaarruimte vóór 1 januari 2001 niet behoefde te worden berekend. In dit voorbeeld is geen sprake van een langzame aanpassing aan het nieuwe art. 3.130, maar aan het nieuwe lijfrenteregime dat stringentere voorwaarden stelt aan de aftrek van lijfrentepremies. De systematiek van de nieuwe regels vormt derhalve het uitgangspunt, doch er wordt door middel van een overgangsmaatregel een tijdelijke tussenstap gecreëerd die ervoor zorgt dat belastingplichtigen geen onnodig financieel nadeel ondervinden van de zwaardere uitvoeringslasten van verzekeraars. In casu wordt derhalve ook met behulp van een overgangsmaatregel, die is gebaseerd op het nieuwe regime, naar de nieuwe situatie toegegroeid.
In het kader van dit onderzoek definieer ik een ingroeiregeling als volgt:
Een ingroeiregeling is een overgangsmaatregel die uitgaat van toepassing van de nieuwe regel doch deze regel in een specifiek geval nog niet volledig van toepassing laat zijn, doch stapsgewijs van toepassing laat worden.
Schematisch kan een ingroeiregeling als volgt worden weergegeven:
Evenals bij de afbouwregeling het geval is, vormt de ingroeiregeling een op zichzelf staande materiële regel. Anders dan bij de afbouwregeling, is zij niet gebaseerd op het oude regime, maar op het nieuwe regime. Wanneer een overgangsmaatregel bewerkstelligt dat het oude regime voor een bepaalde groep belastingplichtigen voor een bepaalde tijd van toepassing blijft, is dus geen sprake van een ingroeiregeling. Waar Crone inzake een voorstel tot differentiatie van de bijtelling volgens het autokostenforfait naar vervuilingsgraad sprak over een ingroeiregeling, stelde hij feitelijk eerbiedigende werking voor: 1
‘Het moet trouwens altijd een ingroeiregeling zijn want je kunt auto’s niet met terugwerkende kracht (MSB: bedoeld zal zijn maatschappelijk terugwerkende kracht) anders belasten. In de leaseautosector worden auto’s wel het snelst vervangen. De meeste leaseauto’s worden maar drie jaar of zelfs korter geleast.’
Een ingroeiregeling kan in combinatie met alle werkingsregels worden getroffen. Meestal wordt zij gecombineerd met onmiddellijke werking. Wat betreft het beperken van de gevolgen van werking, kan een ingroeiregeling zowel bij een ingrijpen in vaststaande feiten of afgeronde toestanden als bij materieel of maatschappelijk terugwerkende kracht verlichting bieden. Kaplow vermeldt:2
‘Compensating losers buys off opponents and taxing winners can help finance such an effort. More commonly, politicians employ phase-ins to sof-ten a reform’s impact and grandfathering to mitigate the more significant losses.’
Zoals hierna nog zal blijken, zijn ingroeiregelingen alleen nuttig in geval van invoering van een belastende regel. In begunstigende overgangssituaties komen zij derhalve niet voor.