Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.4.4.2:7.4.4.2 Niet doen van de vereiste aangifte (categorie I-triggers)
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.4.4.2
7.4.4.2 Niet doen van de vereiste aangifte (categorie I-triggers)
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940605:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Koopman 1996, paragraaf 5.3.3, voor vele voorbeelden. In het vervolg van deze paragraaf haal ik ook meer recente jurisprudentie aan.
Koopman 1996, p. 143. Ook de Redactie Vakstudie-Nieuws hanteert deze driedeling, zie de Aantekening bij HR 24 juni 2016, V-N 2016/34.8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Over het begrip ‘de vereiste aangifte’ is in de loop van de jaren veel geprocedeerd.1 In de literatuur is een indeling in drie soorten van gevallen gangbaar, waarin volgens de jurisprudentie over de omkering niet ‘de vereiste aangifte’ is gedaan.2 In het navolgende werk ik deze drie soorten van gevallen nader uit.
7.4.4.2.1 In het geheel geen (tijdige) aangifte7.4.4.2.2 De (louter) formeel onjuiste aangifte7.4.4.2.3 De inhoudelijk onjuiste aangifte: voldoende ernstige tekortkomingen7.4.4.2.4 Integrale werking