Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/3.6
3.6 Verlengd eigendomsvoorbehoud
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS396431:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Iets anders geldt indien het verlengd eigendomsvoorbehoud is gecombineerd met een verbreed eigendomsvoorbehoud.
Soms treft men bedingen aan waarbij het eigendomsvoorbehoud wordt verlengd tot nieuw gevormde zaken. Zie voor voorbeelden Bartels 2007, p. 14-18. Een korte zoektocht op internet leverde slechts een enkel geval op waarin het eigendomsvoorbehoud wordt verlengd tot doorverkoopvorderingen. Zie bijv.: ‘De vorderingen van de contractpartner uit eventuele doorverkoop van de waren, die onder het eigendomsvoorbehoud vallen, worden reeds op dat moment overgedragen aan de opdrachtnemer. Deze dienen als zekerstelling in gelijke omvang als de waren, waarvoor het eigendomsvoorbehoud geldt.’ Zie ook H.J. Snijders, Modellen voor de rechtspraktijk, nr. I.3.4.45.50 (bijgewerkt tot 1 oktober 2016) die opmerkt dat voor het opnemen van een dergelijk beding geldt: baat het niet, dan schaadt het niet.
Van een verlengd eigendomsvoorbehoud is sprake als de verkoper zekerheid verkrijgt op goederen die in de plaats treden van de onder eigendomsvoorbehoud overgedragen zaak. Daarin verschillen het verlengd en het verbreed eigendomsvoorbehoud fundamenteel. Terwijl het verbreed eigendomsvoorbehoud een verruiming van het eigendomsvoorbehoud inhoudt ten aanzien van de vorderingen waarvoor het eigendomsvoorbehoud is bedongen, blijft het verlengd eigendomsvoorbehoud beperkt tot de koopprijsvordering. Het verlengd eigendomsvoorbehoud leidt tot een verruiming met betrekking tot het voorwerp van de aanspraken van de verkoper: niet alleen de verkochte zaak, maar ook de goederen die daarvoor in de plaats treden, zoals de doorverkoopvordering of een nieuw gevormde zaak. Aangezien het verlengd eigendomsvoorbehoud derhalve beperkt blijft tot de koopprijsvordering, heeft het veel gemeen met het eenvoudig eigendomsvoorbehoud. De aanspraken van de verkoper blijven beperkt tot de door hem aan het vermogen van de koper toegevoegde waarde, zij het dat hij ook een aanspraak geldend wil maken met betrekking tot de goederen die een surrogaat vormen voor de verkochte zaak.1
De reden voor de verlenging van het eigendomsvoorbehoud is gelegen in het volgende. In veel gevallen is de koper pas in staat de koopprijs te betalen, nadat hij de desbetreffende zaak heeft doorverkocht aan afnemers. Met de door de afnemers betaalde koopprijs kan hij de verkoper voldoen. Als het bij de verkochte zaken gaat om grondstoffen, halffabricaten of andere zaken die de koper wil verwerken, zal de koper veelal pas in staat zijn de koopprijs te voldoen, nadat hij deze zaken tot nieuwe zaken heeft verwerkt en deze vervolgens heeft doorverkocht. Een verbod tot verwerking of vervreemding van de verkochte zaak is daarmee niet in het belang van de koper, maar evenmin in het belang van de verkoper, omdat denkbaar is dat zijn afzetmarkt daardoor afneemt. De verlenging van het eigendomsvoorbehoud komt aan deze belangen tegemoet door enerzijds de koper de bevoegdheid te verlenen de zaak te verwerken en te vervreemden in de normale bedrijfsuitoefening, maar anderzijds de verkoper een vervangende aanspraak te verschaffen. Aldus wordt de koper niet belemmerd in het ontplooien van zijn bedrijfsactiviteiten, maar worden de risico’s voor de verkoper beperkt, doordat hij een vervangende aanspraak verkrijgt. Deze vervangende aanspraak heeft betrekking op datgene wat in economisch opzicht in de plaats treedt van de verkochte zaak en waarin derhalve de waarde van de verkochte zaak ligt besloten.
De nieuw gevormde zaak is ontstaan uit de oorspronkelijke zaak en de doorverkoopvordering kan de koper slechts realiseren door middel van de doorverkoop van de verkochte zaak. De (waarde van de) verkochte zaak is daarmee opgegaan in de nieuw gevormde zaak en de doorverkoopvordering.
Het voorgaande maakt duidelijk dat de term ‘verlengd eigendomsvoorbehoud’ enigszins misleidend is. Van een eigendomsvoorbehoud kan immers geen sprake meer zijn indien de eigendom van de verkochte zaak door zaaksvorming is tenietgegaan of is overgegaan op de afnemer van de koper. De term verlengd eigendomsvoorbehoud wordt in het navolgende dan ook slechts gebruikt om de constructie(s) aan te duiden waarmee de verkoper beoogt vervangende zekerheid te verkrijgen op datgene wat in economisch opzicht in de plaats treedt van de verkochte zaak. Zoals in het navolgende nog zal blijken, hanteren de verschillende rechtsstelsels bij de verlenging van het eigendomsvoorbehoud daarbij dikwijls een verschillende juridische techniek.
Het verdient opmerking dat de verlenging van het eigendomsvoorbehoud in Nederland naar mijn indruk geen vaste handelspraktijk is.2 Dat hangt vermoedelijk samen met het feit dat een dergelijk beding naar de huidige stand van zaken en heersende opvattingen in de literatuur niet het gewenste effect sorteert. Het navolgende moet dan ook vooral worden begrepen als een onderzoek naar de wenselijkheid van een effectief verlengd eigendomsvoorbehoud. Daarbij wordt op zoek gegaan naar de rechtvaardiging voor een zodanige verlenging ten opzichte van de overige schuldeisers van de koper en de gemene deler in de verschillende rechtsstelsels, waarin een dergelijke verlenging van het eigendomsvoorbehoud op effectieve wijze kan worden bedongen.
3.6.1 Verandering van functie na verlenging3.6.2 Het behoud van voorrang met betrekking tot de waarde3.6.3 Het conflict met de kredietverschaffende bank3.6.4 Tussenconclusie