Vormfouten
Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/7.2.8:7.2.8 Tussenconclusie
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/7.2.8
7.2.8 Tussenconclusie
Documentgegevens:
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS619047:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. HR 17 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9992, NJ 2014/91 m.nt. Schalken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om ook de grote lijn vast te houden is het zinvol hier een paar conclusies op een rij te zetten over deze rechtspraak waarin de Hoge Raad de door de zittingsrechter op het voorbereidend onderzoek uit te oefenen controle heeft afgebakend.
In zijn rechtspraak heeft de Hoge Raad art. 359a Sv aldus uitgelegd, dat de controle door de zittingsrechter met het oog op de mogelijke toepassing van de in die bepaling genoemde rechtsgevolgen als uitgangspunt is beperkt tot vormfouten die onder verantwoordelijkheid van politie of OM zijn begaan bij de uitoefening van strafvorderlijke bevoegdheden in het voorbereidend onderzoek in de door de rechter beoordeelde zaak. De rechtspraak waarin deze afbakening haar beslag krijgt, kent vaak een beknopte motivering, meestal langs formele lijnen van interpretatie van wettelijke begrippen: iets valt wel of niet binnen het ‘voorbereidend onderzoek’ in de zin van art. 359a Sv, of kan wel of niet als hersteld of herstelbaar worden aangemerkt. De gemaakte keuzes worden niet gemotiveerd op inhoudelijke gronden, waarbij voor de hand zou liggen overwegingen te wijden aan de mogelijke doeleinden van het controleren en reageren op vormfouten. De formalistische motiveringsmodus leidt ertoe dat de principiële keuzes die achter het stempel ‘wel of niet voorbereidend onderzoek’ schuilgaan, in de rechtspraak niet zichtbaar worden gemaakt en beargumenteerd.
Een aantal gevolgen van de vormgeving en inhoud van deze rechtspraak is tegen de achtergrond van de in dit hoofdstuk centraal gestelde vragen (Zijn de doeleinden van het controleren en reageren op vormfouten voldoende in de rechtspraak van de Hoge Raad geëxpliciteerd? Worden deze doeleinden op een effectieve en efficiënte manier bereikt, zonder onevenredige inbreuk op de daarbij betrokken belangen? Laat het rechterlijk beoordelingskader voldoende ruimte en geeft het voldoende richting om in concrete gevallen tot een passende reactie op een vormfout te komen? Laat de motivering van rechterlijke uitspraken te wensen over?) zo pregnant dat ze hier nader moeten worden belicht. Daarbij zou gezegd kunnen worden dat ik in de nu volgende subkopjes chargeer, omdat in de recente rechtspraak een kentering op gang lijkt te komen. In sommige zaken wordt wel meer op inhoudelijke gronden de begrenzing van de controle door de zittingsrechter beargumenteerd, maar heel consequent is die nieuwe aanpak nog niet doorgevoerd.1
7.2.8.1 Onoverzichtelijkheid door ongemotiveerde uitzonderingen7.2.8.2 Onduidelijkheid over doeleinden7.2.8.3 MTV-zaken als voorbeeld van hoe het niet moet7.2.8.4 Andere risico’s huidige benadering7.2.8.5 Verbetering door doel-middel benadering