De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.4.3.6:4.4.3.6 Onderzoek naar COVID-19
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.4.3.6
4.4.3.6 Onderzoek naar COVID-19
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949687:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Rotterdam 21 december 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:11606.
Rechtbank Rotterdam 21 december 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:11606, ro. 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 2022 werd een universitair docent van het Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (Erasmus MC) ontslagen nadat hij zich onder meer kritisch had uitgelaten over de PCR-test, waarmee aangetoond kan worden of iemand geïnfecteerd is met COVID-19.1 Over zijn kritiek op deze test deed hij uitspraken via Twitter, papers en filmpjes. Het Erasmus MC kon zich hier niet in vinden; de andere medewerkers deelden de mening van de hoofddocent niet. Ook werd de wetenschappelijke integriteit van de docent in twijfel getrokken. De docent hield zich niet aan de toepasselijke gedragscode, stemde zijn onderzoek niet af binnen de afdeling en gebruikte onderzoeksmateriaal voor andere doeleinden dan waar het voor verzameld was.
De rechtbank oordeelt dat de docent niet als goed werknemer heeft gehandeld. Hij heeft niet voldaan aan behoorlijke instructies van het Erasmus MC, onder meer door niet in te gaan op uitnodigingen voor gesprekken. Het ontslag van de docent mag van de rechtbank dan ook in stand blijven. Opvallend aan deze zaak is dat in de uitspraak enkel wordt gesproken over de verstoorde arbeidsverhoudingen die zijn ontstaan nadat de docent zich kritisch had uitgelaten over PCR-testen. De vraag of deze uitingen passen binnen de vrijheid van meningsuiting of – in het verlengde daarvan de academische vrijheid – van de docent komt niet aan de orde. Terwijl het een onderwerp betrof dat op zijn onderzoeksterrein lag. De docent was dan ook vrij de wetenschappelijke opvattingen te verkondigen die naar zijn mening juist waren, ook als die opvattingen controversieel zijn. Uit de uitspraak wordt duidelijk dat de opvattingen van de docent lastig waren voor het Erasmus MC, er zou immers “imagoschade” kunnen ontstaan.2 Het is eigenaardig dat de docent niet heeft aangevoerd dat met het ontslag zijn vrijheid van meningsuiting en academische vrijheid worden beperkt. Hoewel er ook andere omstandigheden een belangrijke rol speelden, werden deze vrijheden met zijn ontslag wel beperkt. Uit de uitspraak van de Hoge Raad over het boek over onderwijsvernieuwingen blijkt immers dat als er een causaal verband bestaat tussen het ontslag en de uiting, dat dan onderzocht moet worden of het ontslag geen inmenging is in de vrijheid van meningsuiting.