Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.2
5.2 Vergunningaanvraag voor beheerders
mr. drs. J.E. de Klerk , datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193560:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 1 lid 3 Icbe-Richtlijn IIIA, waarin art. 5, 5 bis en 5 ter aan de Icbe-Richtlijn I zijn toegevoegd.
COM(1998) 451 def., p. 12.
Art. 8 en 9 AIFM-Richtlijn en art. 5-11 MiFID II. De vereisten vanuit MiFID II zijn op onderdelen iets strikter, bijvoorbeeld ten aanzien van de vereisten die gesteld worden aan het leidinggevend orgaan (art. 9 MiFID II). Vgl. Moloney (2014), paragraaf 3.7.2, Zetzsche en Eckner (2015), paragraaf 4.3 en Wessels en Pijpers (2019), paragraaf 2.3.
Art. 7 lid 1 en 2 en art. 8 lid 1 Icbe-Richtlijn.
Op deze vereisten wordt ingegaan in de paragrafen 5.4 en 5.5 .
Art. 15 EC Regulations 2011, art. 101 lid 1 OPC-Law 2010.
Art. 6 lid 1 en 2 Icbe-Richtlijn en Bijlage II Icbe-Richtlijn.
Art. 4:50 lid 1 Wft en art. 1:107 Wft.
De belangrijkste communautaire vereisten bij een vergunningaanvraag gelden sinds Icbe-Richtlijn IIIA.1 Daarvóór waren er nauwelijks geharmoniseerde vereisten voor beheerders. Met de wens om beheerders binnen de Unie vrij hun werkzaamheden te laten verrichten, ontstond ook de noodzaak van geharmoniseerde regels. Voor deze regels is aansluiting gezocht bij de vereisten uit de Richtlijn Beleggingsdiensten, de voorloper van MiFID I.2 De regels voor beheerders zijn in Icbe-Richtlijn IV een-op-een overgenomen uit de Richtlijn daarvoor. De vereisten komen grotendeels overeen met de vereisten uit de AIFM-Richtlijn en MiFID II.3 In de Icbe-Richtlijn zijn minimale voorwaarden opgenomen waaraan de beheerder dient te voldoen om een vergunning te verkrijgen.4 Het betreft de volgende voorwaarden:
minimumvermogensvereisten;
vereisten ten aanzien van de feitelijk leidinggevenden;
de vergunningaanvraag dient vergezeld te zijn van een programma van werkzaamheden en een organisatiestructuur;
het hoofdkantoor dient in dezelfde lidstaat gevestigd te zijn als de statutaire zetel van de beheerder;
er mogen geen nauwe banden bestaan tussen de beheerder en andere natuurlijke of rechtspersonen die de juiste uitoefening van het toezicht belemmeren;
de toezichthouder is in kennis gesteld van de identiteit van alle houders van gekwalificeerde deelnemingen en ziet daarin geen gevaar voor de gezonde en prudente bedrijfsvoering van de beheerder.
Om te waarborgen dat de beheerder aan de doorlopende verplichtingen voldoet, zal de toezichthouder doorgaans meer informatie opvragen, zoals informatie ten aanzien van het risicobeheerbeleid, belangenconflicten, uitbesteding, klachtenafhandeling enz.5
In Ierland, Luxemburg en Nederland is de vergunningplicht voor de beheerder geïmplementeerd in de wet.6 In Nederland is deze verplichting gekoppeld aan het aanbieden van rechten van deelneming in icbe’s in Nederland.7 In Ierland en Luxemburg is de vergunningplicht van de beheerder gekoppeld aan het uitvoeren van werkzaamheden als beheerder.8 De Nederlandse keuze om de vergunningplicht te koppelen aan het aanbieden van rechten van deelneming in een icbe in Nederland is een ongelukkige. Dit impliceert dat het beheren van een icbe die uitsluitend wordt aangeboden buiten Nederland geen vergunningplicht creëert voor de beheerder. Dat is uiteraard wel het geval. De vergunningplicht uit de Richtlijn is niet gekoppeld aan het aanbieden van deelnemingsrechten in de eigen lidstaat maar aan het uitvoeren van beheerwerkzaamheden (waar het beheer van een icbe en de verhandeling van deelnemingsrechten onder vallen).9 Het is ook niet verplicht om een icbe in de lidstaat van herkomst van de icbe aan te bieden. Het is slechts verplicht om deze mogelijkheid niet op voorhand in de formele documentatie uit te sluiten.10 Het is dus mogelijk om een Nederlandse icbe te starten die niet in Nederland wordt aangeboden; op basis van de Nederlandse implementatie leidt dit niet tot een vergunningplicht voor de beheerder van de icbe. Voor abi-beheerders zijn de vergunningplichtige activiteiten breder omschreven en is ook het beheren van een abi een vergunningplichtige activiteit.11 Dat lijkt mij een betere omschrijving, die ook gehanteerd kan worden voor beheerders van icbe’s.
Overigens zal de huidige omschrijving in de praktijk weinig consequenties hebben. Voordat deelnemingsrechten in een icbe aangeboden mogen worden, dient de beheerder van een icbe gegevens aan de AFM te verstrekken ten behoeve van de opname van de icbe in een openbaar register.12 De naam en het adres van de beheerder dienen dan ook vermeld te worden.13 Dat lijkt me het moment waarop de AFM controleert of de beheerder een vergunning heeft.
5.2.1 Minimum vermogensvereisten5.2.2 Feitelijk leidinggevenden5.2.3 Programma van werkzaamheden en organisatiestructuur5.2.4 Hoofdkantoor5.2.5 Gekwalificeerde deelnemingen5.2.6 Nauwe banden5.2.7 Toezichthouder