De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/7.7.3:7.7.3 Bijdragen van de griffier
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/7.7.3
7.7.3 Bijdragen van de griffier
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174124:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In acht raadkameroverleggen stond een griffier de rechters bij.1 Twee griffiers traden in meerdere zaken op: een in drie en een in twee zaken. Beide griffiers waren stafjurist. In de overige drie zaken waren de griffiers verschillende personen: één keer een stafjurist, één keer een opleideling, één keer een juridisch medewerker. De stafjuristen waren aan de kamers toegevoegd vanwege hun inhoudelijke expertise, de opleideling uit opleidingsmotieven. De juridisch medewerker typte slechts tijdens een schorsing van een deskundigenverhoor de verklaringen van de deskundige uit. Na hervatting van de zitting las de medewerker deze verklaring voor, waarna de deskundige enkele correcties doorgaf. In drie van de overleggen nam de griffier, steeds een stafjurist, regelmatig deel aan de discussie, zowel over procedurele aspecten (zie medio paragraaf 7.4) als over de inhoud:
Griffier: ‘Gelet op de aard van de mensen met wie moest worden samengewerkt, was te verwachten dat niet iedereen mee zou werken! Dat had hij kunnen weten.’
En in een andere zaak:
Griffier: ‘De tekst van de offerte en de brief zijn de context. Die moeten in samenhang worden gelezen. We moeten ze lezen zoals het er staat. Letterlijk, dat wil zeggen: alle pogingen worden voor 100 procent uitbetaald!’
In drie andere zaken had de griffier, steeds een stafjurist, enige inbreng en in twee zaken was de bijdrage van de griffier, een opleideling of juridisch medewerker, nihil. Griffiers die actief deelnamen aan het raadkameroverleg hadden ruime ervaring in de rechtspraak. In vijf zaken concipieerde de griffier het vonnis en in drie zaken een rechter (zie paragraaf 7.8). De concipiërende griffiers hadden allen in meer of mindere mate actief deelgenomen aan de discussie in de raadkamer.
Rechters poneerden hun stellingen meestal uitdrukkelijker dan de griffiers. Vaak brachten de griffiers hun inbreng ter tafel door rechters op iets opmerkzaam te maken of vragen te stellen, waarin hun opvatting doorklonk. Twee voorbeelden hiervan:
Griffier: ‘Waar maken we in vredesnaam uit op wat dit maatwerk maakt?’
En:
Voorzitter: ‘Het bedrag dat [eiser] vordert, is maatschappelijk onaanvaardbaar. Ook de hypotheekschade moet hij verder onderbouwen. We moeten twee dingen helder krijgen: de onderbouwing van het schadeverhaal en de mogelijkheid die er was om de schade te beperken.’
Oudste: ‘Er is überhaupt betwist dat er schade is geleden.’
[…]
Voorzitter: ‘Ja, er is betwist.’
Griffier: ‘Je geeft ze toch nog wel de kans om de schade te onderbouwen?’
Voorzitter en oudste rechter: ‘Ja, dat doen we.’
Aan de onderbelichte rol van de griffier in de rechtspraak is de laatste jaren langzaam verandering aan het komen.2 De in de literatuur genoemde bevindingen over de positie en het functioneren van de griffier komen overeen met de observaties in dit onderzoek. De griffier heeft wettelijk gezien geen duidelijk omlijnde taken, maar blijkt in de praktijk geregeld substantieel ondersteunend werk van uiteenlopende aard te verrichten: organisatorisch, administratief en/of inhoudelijk. In vijf bijgewoonde raadkameroverleggen ging het om inhoudelijke, juridische ondersteuning, namelijk door bij te dragen aan de discussie en door voorbereiding op het concipiëren van het vonnis. De meervoudige kamers leken het op prijs te stellen dat de ondersteuners in deze overleggen zo nu en dan een inhoudelijke bijdrage leverden aan het raadkamerproces. Er werd althans inhoudelijk op gereageerd. Nimmer werd bezwaar gemaakt tegen het feit dat ondersteuners hun visie gaven. Ook uit onderzoek van Holvast blijkt het in het algemeen als een taak van de juridisch ondersteuner wordt beschouwd om in de raadkamer zijn visie op de zaak te geven.3