Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/4.14.3:4.14.3 Besluit genomen door het bestuur
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/4.14.3
4.14.3 Besluit genomen door het bestuur
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS435723:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 9 Richtlijn GOF juncto artikel 8 Derde Richtlijn biedt de mogelijkheid dat de hoofdregel, die inhoud dat de algemene vergadering het besluit tot fusie neemt,1 opzij geschoven wordt. De mogelijkheid werd oorspronkelijk alleen geopend ten aanzien van de verkrijgende vennootschap. Uit Richtlijn 2009/109 vloeit voort dat bij een moeder-dochterfusie het besluit tot fusie ook door het bestuur van de dochtervennootschap kan worden genomen.
Voor verdwijnende vennootschappen zijn de gevolgen van de fusie verstrekkender dan voor de verkrijgende vennootschap: de verdwijnende vennootschap houdt van rechtswege op te bestaan. Dat rechtvaardigt dat, onder voorwaarden, bij een verkrijgende vennootschap het bestuur in principe in alle gevallen tot de fusie kan besluiten. Worden alle aandelen in de verdwijnende vennootschap gehouden door de verkrijger dan wordt de vereenvoudigde procedure ook opengesteld voor de verdwijnende vennootschap.
De statuten kunnen de mogelijk bij bestuursbesluit tot de fusie te besluiten uitsluiten.2 Doen zij dat niet, dan kan het bestuur van de verkrijgende vennootschap slechts tot de fusie besluiten indien de vennootschap het voornemen hiertoe heeft vermeld in de aankondiging dat het voorstel tot fusie is neergelegd.3
Sluiten de statuten de mogelijkheid niet uit en heeft de verkrijgende vennootschap het voornemen vermeld in de aankondiging, dan bestaat nog steeds de mogelijkheid dat het bestuur de bevoegdheid wordt ontnomen. Indien een of meer aandeelhouders die tezamen ten minste een twintigste van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of een zoveel geringer bedrag als in de statuten is bepaald, binnen een maand na de aankondiging aan het bestuur hebben verzocht de algemene vergadering bijeen te roepen om over de fusie te besluiten, dan is het bestuur niet langer bevoegd en zal de algemene vergadering het besluit tot fusie moeten nemen. In dat geval gelden de voorschriften als hiervoor in § 4.14.2 besproken.
Laatstgenoemde voorwaarden gelden niet indien het bestuur van de verdwijnende dochtervennootschap tot de moeder-dochterfusie besluit. Bij een dergelijke fusie is de moeder zelf de aandeelhouder en heeft zij reeds ingestemd met de fusie door het nemen van een besluit tot fusie als verkrijgende vennootschap.4