Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.7.1.1
2.4.7.1.1 Centros
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395564:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 9 maart 1999, supra noot 93 (Centros).
De inkomende verplaatsing kan worden onderverdeeld in de primaire vestiging en in de secundaire vestiging. De primaire vestigingsvrijheid is het recht om vennootschappen op te richten en te beheren in een andere lidstaat overeenkomstig de bepalingen die voor eigen vennootschappen gelden. Onder de secundaire vestigingsvrijheid wordt verstaan de vrijheid van onderdanen/vennootschappen van de ene lidstaat om zich op het grondgebied van een andere lidstaat te vestigen door oprichting van agentschappen, filialen en dochterondernemingen. P. Vlas (2003): noot bij het arrest Überseering in NJ2003, 58 en P. Vlas (2000): noot bij het arrest Centros in NJ 2000, 48.
HvJ EG 9 maart 1999, supra noot 93 (Centros) en HvJ EG 10 juli 1986, D.H.M. Segers v. Bestuur van de Bedrijfsvereniging voor Bank- en Verzekeringswezen, Groothandel en Vrije Beroepen, Zaak 79/85 (Segers), r.o. 16.
HvJ EG 9 maart 1999, supra noot 93 (Centros), r.o. 25.
Vennootschappen die in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat zijn opgericht en die hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Europese Unie hebben.
HvJ EG 9 maart 1999, supra noot 93 (Centros), r.o. 26.
HvJ EG 9 maart 1999, supra noot 93 (Centros), r.o. 34-38.
Zie: arresten HvJ EG 31 maart 1993, Dieter Kraus v. Land Baden- FVrttemberg, Zaak 19/92 (Kraus), r.o. 32 en 30 en HvJ EG 30 november 1995, Reinhard Gebhard v. Consiglio Dell 'Orgine Degli Avvocati E Procuratori di Milano, Zaak 55/94, r.o. 37.
Het Centros-arrest1 gaat over een situatie waarin de secundaire vestigingsvrijheid2centraal stond. Het Europese Hof oordeelde dat er geen sprake is van misbruik van de vrijheid van vestiging wanneer een vennootschap rechtsgeldig wordt opgericht naar het recht van de ene lidstaat, en vervolgens in een andere lidstaat (uitsluitend) haar activiteiten ontplooit door middel van een filiaal.3 Hierbij benadrukt het Europese Hof dat in het geval lidstaten een beroep op bepalingen van Europees recht belemmeren met het oog op bestrijding van misbruik of bedrog, deze lidstaten bij de beoordeling van het gedrag dat door hen gezien wordt als misbruik of bedrog, ook het doel van de betrokken bepalingen van Europees recht in aanmerking dienen te nemen.4 Het doel van de verdragsbepalingen over de vrijheid van vestiging van vennootschappen5 is het bieden van de mogelijkheid activiteiten in andere lidstaten te ontplooien.6 De belemmering van de inschrijving van een filiaal van een buitenstatelijke vennootschap in het handelsregister werd in strijd met de vrijheid van vestiging geoordeeld en kon niet gerechtvaardigd worden op grond van de rule of reason.7 Deze regel houdt in dat een belemmering, of het minder aantrekkelijk maken, van de fundamentele vrijheden kan worden gerechtvaardigd indien is voldaan aan vier voorwaarden. Deze voorwaarden zijn dat de maatregelen: (1) zonder discriminatie moeten kunnen worden toegepast, (2) hun rechtvaardiging dienen te vinden in dwingende redenen van algemeen belang, (3) geschikt moeten zijn om de verwezenlijking van het nagestreefde doel te waarborgen en (4) niet verder dienen te gaan dan voor het bereiken daarvan noodzakelijk is.8