Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/5.1.2
5.1.2 De rol van de paritas creditorum
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686262:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook artikel 15 lid 3 Fw de gemaakte faillissementskosten worden betaald door de aanvrager van het faillissement, of na vernietiging door de schuldenaar zelf dan wel door beide in de door de rechter te bepalen verhouding. Van een verdelingshandeling in het kader van het faillissement is derhalve bij de betaling van de faillissementskosten geen sprake.
Vgl. HR 30 maart 2018, NJ 2018/181 onder 4.2.3. Over de taak van de curator in het kader van een dergelijke procedure merkt de Hoge Raad hier op: “Zoals het onderdeel terecht tot uitgangspunt neemt, behoort het bewerkstelligen van de vernietiging van het faillissement niet tot de taak van de curator. Het is aan de schuldenaar zelf om die vernietiging desgewenst uit te lokken en daartoe het nodige te doen en aan te voeren. Tot de taak van de curator behoort wel dat, indien door de schuldenaar een rechtsmiddel tegen de faillietverklaring wordt aangewend, hij de rechter informeert over de toestand van de boedel en dus onder meer inlichtingen geeft die van belang zijn voor de beoordeling of de schuldenaar al dan niet in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen”. In het verlengde hiervan merkt de Hoge Raad onder 4.2.4. nog op dat het niet op de weg van de curator ligt om de belangen van de schuldeisers te behartigen door te verzekeren dat de schuldenaar de mededeling aan de rechter uitvoert dat hij zijn schuldeisers zal voldoen. Hiermee verwerpt de Hoge Raad het standpunt dat het Hof Arnhem-Leeuwarden (25 oktober 2016, JOR 2017/50) had ingenomen onder 5.6. ”Wordt in het kader van de gewenste vernietiging van het faillissement een regeling getroffen, dan ligt het op de weg van de curator om de belangen van alle crediteuren te behartigen.”
Meer precies is dat op het moment dat het vonnis waarbij de vernietiging is uitgesproken gezag van gewijsde heeft gekregen. Vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden 7 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:5017, onder 4.7: “De faillissementstoestand treedt met het uitspreken van het faillissement in en blijft ook bestaan na het instellen van een rechtsmiddel. Die rechtstoestand duurt voort totdat het vonnis van faillietverklaring is vernietigd en de uitspraak waarbij de faillietverklaring wordt vernietigd in kracht van gewijsde is gegaan (HR 22 oktober 1940, NJ 1941/431; Hof Leeuwarden 25 januari 1989, ECLI:NL:GHLEE:1989:AD0598 en Conclusie A-G 18 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:985, onder 2.18)”, welk oordeel heeft stand gehouden bij de Hoge Raad (blijkens HR 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2577).
Zie HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:80 (FloraHolland/Wittekamp q.q.) en HR 17 januari 2014, NJ 2014/61 (Unitco). Zie voorts Hof Den Haag 24 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:4129, r.o. 8.
Aan de in artikel 3:277 BW neergelegde paritas creditorum komt geen specifieke betekenis toe indien een faillissement wordt vernietigd doordat met succes een rechtsmiddel is aangewend. De paritas creditorum is een verdelingsregel, terwijl een verdeling (van enige executieopbrengst) niet aan de orde is. Indien het rechtsmiddel gegrond wordt bevonden, staat vast dat er geen sprake is van een concursus creditorum en kan de schuldenaar weer zelf bepalen op welke wijze hij over zijn vermogen beschikt.1
Indien het rechtsmiddel ongegrond wordt verklaard, staat vast dat het faillissement zich nog in de beheerfase bevindt en is de verdelingsfase nog niet aangebroken.2 In een later stadium zal het faillissement alsdan alsnog worden afgewikkeld op één van de vijf hierna te bespreken wijzen van afwikkeling.
Het enkele feit dat in sommige gevallen de (gewezen) curator direct na de vernietiging de in de procedure (waarbij de faillietverklaring wordt aangevochten) betrokken schuldeisers betaalt vanuit gelden die hij onder zich heeft, maakt dit niet anders. Een curator is geen formele partij in het kader van gemaakte afspraken tussen de schuldenaar en de aanvragende schuldeisers.3 Hij kan echter wel faciliterend optreden door bijvoorbeeld ontvangen gelden uit te keren op de door de procespartijen overeengekomen wijze. Dat betekent echter niet dat er om die reden sprake zou zijn van een uitdeling in het kader van de verdeling van de executieopbrengst. Na vernietiging van de faillietverklaring verliest de curator zijn hoedanigheid (en de daaraan verbonden beschikkingsbevoegdheid),4 zodat alleen al om deze reden van een formele uitdeling waarop artikel 3:277 BW van toepassing is, geen sprake kan zijn.5
Ook indien tijdens de procedure gericht tegen de faillietverklaring een derde partij steunvorderingen voldoet, terwijl de vordering van de aanvrager onbetaald blijft, is geen sprake van een schending van de paritas creditorum. De paritas creditorum ziet slechts op de gelijke behandeling waarop schuldeisers aanspraak hebben bij de voldoening van hun vorderingen uit (de opbrengst van) de goederen van de schuldenaar. Voldoening uit het vermogen van een ander dan de schuldenaar heeft derhalve op deze regel geen betrekking.6