Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.4.2.7
5.4.2.7 Remuneratievereisten
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193569:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 14 bis en art. 14 ter Icbe-Richtlijn zijn middels Icbe-Richtlijn V toegevoegd aan de Icbe-Richtlijn.
Zie voor enkele overzichtsartikelen: Dijkhuizen (2014), Kröner-Rosmalen (2014) en Helstone (2014).
SWD (2012) 186 def., p. 7.
Een belangrijk verschil is de maximalisatie van de variabele beloning in CRD IV tot 100% of 200% van de vaste beloning (art. 94 lid 1 sub g en art. 94 lid 1 sub g onder ii CRD IV). Die komt in de AIFM-Richtlijn en Icbe-Richtlijn V niet terug. Verder kan de deferral period (zie volgende pagina voor een uitleg) korter zijn voor icbe’s omdat die afhangt van de levensduur van de icbe en in CRV+D IV is vastgelegd op 5 jaar. Zie voor de totale lijst met verschilllen: Camara (2015), paragraaf 2.2, zie ook Busch (2015b), paragraaf 7.
COM(2012) 350 def., 1.2.2.
Zie hierover ook Ferran (2012), p. 3.
Zie hierover het rapport van het Office of Financial Research van het US Department of Treasury, Asset Management and financial stability, september 2013. Dit is ook de reden dat veel andere sectoren dwingende beloningsregels opgelegd hebben gekregen.
ESMA/2016/575, hoofdstuk 6. ESMA heeft voor vastomlijnde groepen gekozen die hieronder vallen, tenzij aangetoond kan worden dat zij geen materiële invloed hebben op het risicoprofiel van de beheerder of de icbe. Het betreft de volgende groepen: uitvoerende en niet-uitvoerende leden van het leidinggevend orgaan van de beheerder, hogere leidinggevenden, medewerkers met controletaken, medewerkers die leidinggeven op het gebied van beleggingsbeheer, administratie, marketing, human resources en andere risiconemers. ESMA geeft daarvan als voorbeeld verkopers, individuele handelaars en specifieke dealingrooms (ESMA/2016/575, p. 9).
ESMA/2016/575, p. 8.
ESMA/2016/575, p. 8. Uiteraard dienen ook de voor de uitbestede dienst relevante medewerkers onder de betreffende beloningsregels te vallen.
He leidinggevend orgaan is hier eerstverantwoordelijke voor. Zie ESMA/2016/575, p. 8.
Art. 14 bis lid 1 aanhef Icbe-Richtlijn en ESMA/2016/575, hoofdstuk 7.
Art. 14 bis en 14 ter Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 1 sub a en b Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 1 sub c Icbe-Richtlijn en ESMA/2016/575, p. 5.
ESMA/2016/575, p. 5.
Art. 14 ter lid 1 sub c Icbe-Richtlijn en ESMA/2016/575, p. 16.
Art. 14 ter lid 1 sub c Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 4 eerste alinea Icbe-Richtlijn. ESMA geeft enkele voorbeelden van wanneer een dergelijke commissie niet ingesteld hoeft te worden. Dat is bijvoorbeeld het geval voor beheerders waarvan de totale waarde van de beheerde icbe’s niet groter is dan EUR 1,25 miljard en die niet meer dan 50 medewerkers in dienst hebben (ESMA/2016/575, p. 19).
Art. 14 ter lid 4 tweede alinea Icbe-Richtlijn. Afhankelijk van de structuur van de beheerder en de relevante jurisdictie zal dit orgaan zijn bevoegdheid ontlenen aan delegatie van ofwel het bestuur van de beheerder ofwel van de raad van commissarissen van de beheerder ofwel van de vergadering van aandeelhouders. Zie ook Camara (2015) paragraaf 5.2.
Art. 14 ter lid 4 derde alinea Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 1 sub g Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 1 sub j Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 1 sub m Icbe-Richtlijn. Naast deelnemingsrechten mogen ook equivalente eigendomsbelangen of op aandelen gebaseerde instrumenten of vergelijkbare niet-liquide instrumenten met even doeltreffende prikkels worden aangehouden.
Indien de variabele beloningscomponent een bijzonder hoog bedrag is, wordt daarvan minstens 60 % met uitstel uitgekeerd.
Art. 14 ter lid 1 sub n Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 1 sub o Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 1 sub o tweede alinea Icbe-Richtlijn.
In uitzonderlijke omstandigheden kan een uitzondering worden gemaakt voor nieuwe personeelsleden in het eerste jaar van indiensttreding.
ESMA stelt dat dit de medewerkers (afgezien van de hogere leidinggevenden) zijn die verantwoordelijk zijn voor risicobeheer, naleving van wet- en regelgeving, interne audits en vergelijkbare taken binnen een beheerder (zoals de CFO voor zover deze verantwoordelijk is voor het opstellen van de jaarrekening) (ESMA/2016/575, p. 4).
Art. 14 ter lid 1 sub e Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 1 sub f Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 1 sub k Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 1 sub q Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 1 sub p Icbe-Richtlijn.
Art. 14 ter lid 1 sub p tweede alinea Icbe-Richtlijn.
ESMA/2016/575.
Icbe-Richtlijn V, overweging 9.
ESMA/2016/411.
Kamerstukken II 2013/14, 33964, nr. 3, paragraaf 5 (MvT).
Kamerstukken II 2015/16, 34322, nr. 3, paragraaf 3.1 (MvT).
Sinds Icbe-Richtlijn V is ook het beloningsbeleid van beheerders onderwerp van geharmoniseerde regelgeving.1 Verkeerde beloningsprikkels worden als een van de oorzaken van de financiële crisis gezien en daarom is er voor bijna alle verschillende typen financiële ondernemingen beloningswetgeving tot stand gebracht.2 De regelgever heeft ervoor gekozen om 19 principes over het beloningsbeleid in de Icbe-Richtlijn te incorporeren en ESMA de bevoegdheid te geven deze principes verder uit te werken in richtsnoeren. De beloningsregels in de icbe-regelgeving zijn grotendeels gelijk aan de principes uit de AIFM-Richtlijn.3 Arbitrage tussen de Richtlijnen wordt zo tegengegaan.4 Veel elementen uit de beloningsbeleidbepalingen van CRD IV, dat van toepassing is op banken en veel beleggingsondernemingen, komen ook terug.5
Het doel van de regels is het voorkomen van schadelijke gevolgen van slecht ontworpen beloningsbeleid. De Commissie geeft in haar voorstel voor de Richtlijn aan dat ‘aangezien de beloning van icbe-beheerders ten minste gedeeltelijk op de prestaties van het fonds is gebaseerd, er een prikkel is om het risiconiveau in een portefeuille van een fonds te verhogen om het potentiële rendement te verhogen. Door het hogere risiconiveau zijn beleggers in het fonds aan hogere potentiële verliezen blootgesteld dan gezien het bekendgemaakte risicoprofiel van het fonds mag worden verwacht.’6
Het doel van Commissie is dus hoofdzakelijk ingegeven door beleggersbescherming en niet door het beschermen van de stabiliteit van het financiële systeem. Een opvallende keuze, daar de bescherming van deze stabiliteit wel een motivatie was voor beloningsregels van andere financiële sectoren7 en grote vermogensbeheerders wel degelijk invloed kunnen hebben op de financiële stabiliteit.8
Gegeven die motivatie is het opvallend dat de regels niet alleen gelden voor medewerkers die een materiële impact kunnen hebben op het risicoprofiel van een icbe, maar ook op medewerkers die impact kunnen hebben op het risicoprofiel van de beheerder zelf.9 Dit impliceert dat stabiliteit wel een overweging is voor de Europese Commissie. Welke werknemers invloed kunnen hebben op het risicoprofiel en dus onder deze wetgeving vallen, heeft ESMA verder uitgewerkt in richtsnoeren.10
Beloning aan personen die niet in dienst zijn van de beheerder en die wel het risicoprofiel van de beheerder of de icbe kunnen beïnvloeden, valt ook onder de regels.11 Hierbij kan gedacht worden aan medewerkers van partijen aan wie het beheer van beleggingen is uitbesteed. ESMA geeft aan dat de uitbesteding van professionele diensten aan bedrijven die buiten het toepassingsgebied van de Icbe-Richtlijn vallen ‘grotere risico’s’ kan opleveren.12 Dit is niet het geval als deze bedrijven onderworpen zijn aan regelgevingsvereisten ten aanzien van beloning die even doeltreffend zijn als die uit de icbe-regelgeving. ESMA stelt dat hiertoe entiteiten behoren die onderworpen zijn aan de beloningsregels van de AIFM-Richtlijn of van CRD IV.13 Als de beheerder echter taken uitbesteedt aan partijen die hier niet onder vallen – bijvoorbeeld omdat ze buiten de Europese Unie gevestigd zijn – dient de beheerder maatregelen te nemen om te waarborgen dat de regels ook ten aanzien van de uitbestede dienst nageleefd worden.14 De beheerder zal bijvoorbeeld in haar delegatieovereenkomst opleggen dat de uitbestede partij dient te voldoen aan de van toepassing zijnde beloningsbeleid beginselen ten aanzien van de uitbestede dienst.
Beloning heeft in deze context een brede definitie en omvat alle soorten voordelen die worden uitgekeerd, zoals vaste en variabele componenten van salarissen inclusief overdracht van deelnemingsrechten in de icbe ten gunstige van medewerkers en uitkeringen uit hoofde van discretionaire pensioenen.15
De beginselen dienen proportioneel te worden toegepast, dat wil zeggen rekening houdend met de aard, omvang en reikwijdte van de activiteiten van de beheerder. Een beheerder dient de beginselen na te leven op een wijze die past bij de omvang en interne organisatie van de beheerder en bij de aard, reikwijdte en complexiteit van de activiteiten.16 De belangrijkste beginselen luiden als volgt:17
Het beloningsbeleid moet bijdragen aan een gezond en effectief risicobeheer en het moet niet aanmoedigen tot het nemen van risico’s die niet te verenigen zijn met het risicoprofiel van de icbe. Daarnaast moet het in lijn zijn met de belangen van de deelnemers in de icbe en maatregelen behelzen die belangenconflicten vermijden;18
De meeste eisen hebben betrekking op de variabele beloning en de governance. De belangrijkste eisen ten aanzien van de governance zijn:
Beheerders dienen in beginsel een toezichthoudend orgaan in te stellen.19 Alleen indien beheerders vanwege de grootte en interne organisatie van de beheerder en de aard, reikwijdte en complexiteit van hun activiteiten dan wel hun rechtsvorm geen afzonderlijk toezichthoudend orgaan hebben, is dit niet verplicht.20
Het toezichthoudend orgaan is verantwoordelijk voor de goedkeuring en het in stand houden van het beloningsbeleid van de beheerder.21 Ook is het verantwoordelijk voor de toepassing ervan. Indien er geen toezichthoudend orgaan is ingesteld, dient de verplichting te worden begrepen als verwijzend naar de leden van het leidinggevend orgaan die belast zijn met dergelijke taken.22
Beheerders die significant zijn qua omvang of qua omvang van de door hen beheerde icbe’s dienen ook een beloningscommissie in te stellen.23 Deze commissie is verantwoordelijk voor het voorbereiden van beslissingen over beloningen.24 De commissie wordt voorgezeten door een lid van het leidinggevend orgaan dat in de betrokken beheerder geen uitvoerende taken verricht. De leden van de commissie mogen eveneens geen uitvoerende taak hebben in de betrokken beheerder. Indien verplicht door nationale regelgeving, kunnen ook vertegenwoordigers van werknemers in deze commissie plaatsnemen.25
De belangrijkste eisen ten aanzien van de variabele beloning zijn:
Bij de beoordeling van de prestaties moeten de prestaties van de persoon, de icbe en de beheerder worden gecombineerd. Hierbij moeten zowel financiële als niet-financiële criteria worden meegenomen. Deze prestaties moeten worden beoordeeld in een kader van een aantal jaar (gebaseerd op de aan deelnemers geadviseerde aanhoudingsperiode van de icbe). Hierbij moet rekening gehouden worden met actuele en toekomstige risico’s.26
De vaste en variabele componenten van de totale beloning moeten evenwichtig zijn verdeeld.27
Meer dan 50% van deze variabele beloning bestaat uit rechten van deelneming in de betrokken icbe.28Deze deelnemingsrechten moeten bovendien gedurende enige tijd worden aangehouden. Dit vereiste geldt niet als de activa van de icbe minder dan 50% uitmaken van de totale portefeuille die door de beheerder wordt beheerd. Aangezien verreweg de meeste beheerders meerdere icbe’s beheren, zullen zij niet aan dit vereiste hoeven te voldoen. Deze uitzondering is opvallend gezien de bedoeling van de Europese Commissie met de beloningsregels en de rol die deze verplichting daarin speelt.
Ten minste 40% van de variabele beloning mag pas worden uitgekeerd ‘na een periode die aangepast is aan de duur van de deelneming die aan de beleggers in de betrokken icbe wordt aanbevolen’ en ten minste drie jaar bedraagt (dit wordt ook wel aangeduid als de deferral period).29,30 Dit zal doorgaans de aanhoudperiode zijn die in de ebi wordt geadviseerd.
De variabele beloning mag alleen worden uitgekeerd als de financiële toestand van de beheerder dit toelaat en de beloning te verenigen is met de prestaties van de icbe.31
De variabele beloning wordt verlaagd als er sprake is van mindere financiële prestaties van de beheerder of de icbe.32 Eerder verdiende bedragen kunnen eveneens worden verminderd, door middel van malus- of terugvorderingsregelingen.
De variabele beloning mag niet worden gegarandeerd.33
Voor medewerkers van controlefuncties34 zijn nog enkele additionele beloningsvereisten opgesteld:
De variabele beloning van deze medewerkers moet gebaseerd zijn op hun prestaties en niet op de prestaties van de bedrijfsactiviteiten die ze beoordelen.35
Indien er een beloningscommissie bestaat, dient deze toezicht te houden op de beloning van hogere leidinggevende personeelsleden van de risico- en compliancefunctie.36
Daarnaast zijn er nog enkele overige belangrijke bepalingen:
Falen mag niet worden beloond ingeval van ontslag.37
Medewerkers mogen geen persoonlijke hedgingstrategieën gebruiken of aan beloning en aansprakelijkheid gekoppelde verzekeringen afsluiten om de risicobeheerseffecten die in hun beloningsregelingen zijn ingebed, te ondermijnen.38
Het pensioenbeleid moet stroken met de bedrijfsstrategie en de langetermijnbelangen van de beheerder en de icbe’s.39
Er gelden enkele speciale voorwaarden voor de toekenning van een discretionair pensioen.40
De toepassing van het beloningsbeleid moet jaarlijks worden onderworpen aan een onafhankelijke interne beoordeling.41
Zoals eerder aangegeven heeft ESMA deze principes verder uitgewerkt in richtsnoeren.42 Hierbij heeft zij logischerwijs aansluiting gezocht bij de richtsnoeren die zijn opgesteld voor abi’s.43 De richtsnoeren bestaan uit zo’n 50 pagina’s en het totale rapport is meer dan 100 pagina’s lang. Ik volsta met een verwijzing naar het rapport van ESMA, daar de gekozen methodiek niet tot nationale verschillen kan leiden en de richtsnoeren de vereisten slechts nader invullen zonder tot nieuwe verplichtingen te leiden.44
Het is nog interessant om op te merken dat Nederland al eerder eigen beloningsregels had opgesteld voor financiële ondernemingen waaronder beheerders.45 Hierin zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van variabele beloningen, vertrekvergoedingen en publicatie- en informatieverplichtingen. De verplichting die het meeste stof deed opwaaien, de maximering van de variabele beloning tot 20% van de vaste beloning, is niet van toepassing op beheerders van icbe’s ‘met het oog op de effectiviteit van de maatregel’.46 De beloningsregels voor icbe’s lijken in Nederland overigens niet geïmplementeerd te zijn. Bij de implementatiewet van Icbe-Richtlijn V ging de wetgever ervan uit dat de AFM de beloningsregels zou uitwerken in lagere regelgeving.47 Die bevoegdheid heeft de AFM op grond van art. 1:117 lid 4 Wft, maar dit is tot op heden nog niet gebeurd. Wel heeft de AFM bevestigd de richtsnoeren van ESMA toe te zullen passen.