Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.4.2.1
5.4.2.1 Terminologie
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193760:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 1 lid 3 en 4 AIFM-Verordening, art. 4 lid 1 punt 36 en 37 MiFID II en art. 2 onder 9 Richtlijn 2006/73/EG. Zie hierover ook Palm-Steyerberg (2017), paragraaf 2.
Art. 9 lid 1 MiFID II en art. 91 lid 2-6 en 8 CRV IV.
Het gaat om de begrippen ‘besteding van genoeg tijd door een lid van het leidinggevend orgaan’, ‘voldoende kennis, vaardigheden en ervaring’, ‘eerlijkheid, integriteit en onafhankelijkheid van geest’, ‘voldoende personele en financiële middelen gewijd aan de introductie en opleiding van leden van het leidinggevend orgaan’ en het begrip ‘diversiteit’. EBA/GL/2017/12. Zie ook Busch (2015b) p. 449.
Palm-Steyerberg (2017) paragraaf 2.1.
Overweging 10 Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Zie bijvoorbeeld art. 12 Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43. Voor de raad van bestuur gelden afwijkende informatieverplichtingen ten opzichte van de hoogste leiding.
Overweging 9 Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
In het communautaire recht bestaat veel variatie in de termen waarmee de leidinggevenden van een entiteit worden aangeduid. Alleen de icbe-regelgeving gebruikt hiervoor al drie verschillende termen met inhoudelijk verschillende betekenissen: ‘raad van bestuur’ (board of direc tors), ‘de hoogste leiding’ (senior management) en ‘leidinggevend orgaan’ (management body).1 In de AIFM-Richtlijn worden de termen ‘bestuursorgaan’ (governing body) en ‘directie’ (senior management) gebezigd en in MiFID II de termen ‘directie’ (senior management) en ‘leidinggevend orgaan’ (management body), terwijl in MiFID I de term ‘de hoogste leiding’ (senior management) werd gehanteerd.2 Desalniettemin bestaat er veel overlap in de verantwoordelijkheden die aan de verschillende organen zijn toebedeeld in de drie Richtlijnen. Kennelijk is de gehanteerde terminologie erg afhankelijk van de woorden die op het moment van publicatie in zwang zijn.
De vereisten die in de verschillende Richtlijnen aan deze organen worden gesteld, zijn niet gelijk. De leden van het bestuursorgaan van een abi-beheerder en van het leidinggevend orgaan van een beleggingsonderneming dienen aan veel meer vereisten te voldoen dan de leden van het leidinggevend orgaan van een icbe-beheerder. De leden van het leidinggevend orgaan van een beleggingsonderneming dienen op grond van CRD IV en MiFID:3
als voldoende betrouwbaar bekend te staan;
over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring te beschikken voor de vervulling van hun taken;
voldoende tijd aan de vervulling van hun taken te besteden;
slechts een beperkt aantal andere uitvoerende en niet-uitvoerende bestuursfuncties te vervullen;
eerlijk, integer en met onafhankelijkheid van geest te handelen om daadwerkelijk de besluiten van de directie te beoordelen en deze aan te vechten indien zulks noodzakelijk is en om daadwerkelijk toe te zien en controle uit te oefenen op de bestuurlijke besluitvorming.
Daarnaast dient het leidinggevend orgaan in zijn geheel genomen over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring te beschikken om ‘inzicht te hebben in de bedrijfsactiviteiten van de instelling, met inbegrip van de voornaamste risico's waaraan deze is blootgesteld’.4 Tevens dient het leidinggevend orgaan divers te zijn en dient de beheerder voldoende personele en financiële middelen aan de introductie en opleiding van de leden van het leidinggevend orgaan te wijden.5 Verschillende van de hiervoor aangehaalde begrippen zijn door ESMA en EBA uitgewerkt in richtsnoeren.6 Zodoende bevat CRD IV het meest uitgewerkte regelgevend kader op dit vlak.7
Ook in de AIFM-Richtlijn is bepaald dat het bestuursorgaan van de abi-beheerder in zijn geheel genomen dient te beschikken over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring om inzicht te hebben in de werkzaamheden van de abi-beheerder. Tevens moeten de leden genoeg tijd besteden aan het vervullen van hun taken, moeten ze eerlijk, integer en met onafhankelijkheid van geest handelen en dient de abi-beheerder voldoende middelen aan de introductie en opleiding van leden van het bestuursorgaan te wijden.8
In de icbe-regelgeving moeten de personen die het bedrijf feitelijk leiden, zoals eerder aangegeven, als voldoende betrouwbaar bekendstaan en beschikken over voldoende ervaring. Deze personen worden ook aangeduid met ‘de hoogste leiding’.9 Dit moeten ten minste twee personen zijn. De raad van bestuur is het orgaan dat formeel is aangesteld als bestuur van de entiteit. Met het leidinggevend orgaan wordt het orgaan bedoeld ’met de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid, welke de toezicht- en bestuursfuncties omvat, of, indien beide functies gescheiden zijn, alleen de bestuursfunctie’.10 Zowel het leidinggevend orgaan als de raad van bestuur zijn organen en de verplichtingen ten aanzien van deze functies richten zich op het orgaan als geheel. Met ‘de hoogste leiding’ wordt gedoeld op natuurlijke personen. De personen die zitting hebben in de raad van bestuur en de personen die tot het leidinggevend orgaan behoren zullen doorgaans personen zijn die tot de ‘de hoogste leiding’ behoren. De raad van bestuur en het leidinggevend orgaan kunnen dezelfde personen omvatten, dit is afhankelijk van de inrichting van de beheerder.11 Dit hoeft echter niet het geval te zijn en ten aanzien van de verantwoordelijkheid wordt soms een expliciet verschil gemaakt.12
In de icbe-regelgeving krijgen deze drie groepen verschillende verantwoordelijkheden. De toewijzing van de verantwoordelijkheden door de lidstaten moet wel in lijn zijn met nationaal recht en toepasselijke codes voor goed ondernemingsbestuur.13