Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.5.2.a:8.5.2.a De beperking van artikel 4:8 van de Awb
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.5.2.a
8.5.2.a De beperking van artikel 4:8 van de Awb
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362943:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 4:8 van de Awb.
Kamerstukken II, 1988/89, 21 221, nr. 3, MvT, onder 4.1.2.2, p. 101.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een bestuursorgaan geeft, voordat het een beschikking neemt waartegen een belanghebbende – die de beschikking niet heeft gevraagd – naar verwachting bedenkingen zal hebben, aan die belanghebbende de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.1 Deze gelegenheid behoeft het bestuursorgaan ingevolge artikel 4:8, tweede lid, van de Awb niet te geven als de belanghebbende niet heeft voldaan aan een wettelijke verplichting gegevens te verstrekken. Volgens de Memorie van Toelichting ligt deze beperking voor de hand, omdat in die situatie de belanghebbende al in gebreke is gebleven om gegevens te verstrekken.2 Hieronder valt bijvoorbeeld de situatie dat een belanghebbende is uitgenodigd tot het doen van belastingaangifte en aan deze verplichting niet heeft voldaan. De belastingdienst kan dan zonder ‘horen’ een ambtshalve aanslag opleggen. Het concurrerende doel is hiermee niet gegeven. Zelf vul ik dit in als efficiëntie. Vanuit dat doel kan worden gezegd dat de beperking geschikt en noodzakelijk is. Dan blijft nog de afweging van beginselen over die hier waarschijnlijk ten gunste van de efficiëntie zal uitvallen. Nu de belanghebbende in eerste instantie al geen gegevens wilde verstrekken, is sprake van een individuele toets. Een individuele toets lijkt snel op goedkeuring van het Hof van Justitie te kunnen rekenen. Deze beperking lijkt mij toch problematisch omdat het feit dat de belanghebbende geen gegevens wil verstrekken nog niet wil zeggen dat de belanghebbende geen input wil leveren over bijvoorbeeld het waarom niet. Bovendien ziet het kenbaarmakingsbeginsel op meer dan het verstrekken van gegevens. Mijns inziens kan deze beperking in ieder geval niet zomaar worden doorgetrokken naar andere beslissingen en betreft alleen de beslissing ten aanzien waarvan informatie werd gevraagd en niet gegeven. Om dit te illustreren het volgende voorbeeld. Als de belastingdienst informatie vraagt in het kader van de heffing van inkomstenbelasting met betrekking tot een jaar, dan kan de belanghebbende niet het recht worden onthouden een standpunt kenbaar te maken over een ander jaar. Indien een informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a, eerste lid, van de AWR in beeld komt, omdat de belanghebbende de informatie niet geeft, betekent dit mijns inziens dat de belanghebbende wel ten aanzien van de informatiebeschikking de mogelijkheid moet krijgen een standpunt kenbaar te maken.