Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.6.4
2.4.6.4 Belastingheffing en de mogelijkheid van statutaire zetelverplaatsing
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395595:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Merkus, M.J.C. (2006), 'Emigratieheffingen in de vennootschapsbelasting art. 15c en 15d Wet VPB 1969 getoetst aan het EG-Verdrag', WFR 2006/6694, blz. 1293-1300.
Richtlijn 2005/19/EG van de Raad van 17 februari 2005 tot wijziging van Richtlijn 90/434/ EEG betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten, considerands punt 7.
Richtlijnen 90/434/EEG en 2005/19/EEG betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat.
Daarvoor is vereist dat de activa van de overdragende partij in stand moeten blijven, zodat de staat waar de overdragende partij zitting heeft in de toekomst belasting kan innen over eerst uitgestelde vermogenswinsten wanneer de ontvangende vennootschap de activa vervreemdt. Vgl: McCahery, J.A. (2006), supra noot 8, in: Handelingen Nederlandse Juristen-Vereniging (2006), supra noot 8, blz. 194.
Merkus, M.J.C. (2006), supra noot 144, blz. 1293-1300.
Los van de vennootschapsrechtelijke haken en ogen kan ook de fiscaliteit de mobiliteit van vennootschappen via het gebruik van een Europese rechtsvorm of een grensoverschrijdende fusie, in de weg staan. Wanneer het verplaatsen van de statutaire zetel van een vennootschap of een gebeurtenis die met die verplaatsing verband houdt, een wijziging van de fiscale woonplaats met zich brengt, kan dit in de lidstaat van waaruit de statutaire zetel verplaatst wordt, aanleiding geven tot belastingheffing. Dergelijke heffingen worden ook wel eindafrekeningsheffingen of emigratieheffingen genoemd. De emigratieheffingen in de winstsfeer leiden tot de constatering van belaste winst zonder dat feitelijk een vorm van realisatie heeft plaatsgevonden. Terzake zal geen conserverende aanslag, maar een gewone aanslag inkomsten- c.q. vennootschapsbelasting worden opgelegd waarvoor geen recht op uitstel van betaling bestaat.1Dit vermindert de liquiditeit en solvabiliteit van een onderneming en belemmert daarmee in beginsel de mobiliteit van vennootschappen. Belastingheffing is ook mogelijk wanneer het verplaatsen van de statutaire zetel of een gebeurtenis die met die verplaatsing verband houdt geen wijziging van fiscale woonplaats met zich brengt.2 Op grond van de Richtlijnen 90/434/EEG en 2005/19/EEG3 worden enige fiscale problemen opgelost waarmee internationaal actieve vennootschappen in de praktijk worden geconfronteerd.4 De Richtlijnen zijn echter alleen van toepassing op de in de Richtlijnen genoemde situaties. Daarnaast staat het de lidstaten vrij om stille reserves die meegaan met de zetelverplaatsing al dan niet te onderwerpen aan belastingheffing.5