De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5.4.3:5.4.3 Jurisprudentie
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5.4.3
5.4.3 Jurisprudentie
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174180:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Arnhem 4 februari 1975, NJ 1976, 313.
HR 8 januari 1991, NJ 1991, 348.
Hof Amsterdam 1 november 1973, NJ 1974,167; Hof ’s-Hertogenbosch, 16 december 1981, NJ 1982, 361.
Hof ’s-Gravenhage 18 december 1975, NJ 1976, 397; Hof ’s-Gravenhage 23 mei 1985, NJ 1986, 319.
Wesseling-van Gent 1987, p. 19.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Rechters hebben zich in het verleden enkele malen gebogen over de vraag of beroep openstaat tegen de beslissing van de rechtbank om een zaak enkelvoudig af te doen. Volgens het Gerechtshof Arnhem moet die beslissing worden overgelaten aan het vrije oordeel van de rechtbank en is het niet aan het hof om daarover te oordelen.1 Behandeling door een enkelvoudige kamer na verwijzing door de Hoge Raad is echter nooit geoorloofd.2 Minder eenduidig is het antwoord op de vraag welk gevolg het heeft als de rechter nalaat in zijn vonnis te vermelden dat de zaak door de meervoudige naar de enkelvoudige kamer is verwezen. De gerechtshoven van Amsterdam en ’s-Hertogenbosch beslisten dat een vonnis eventuele verwijzing dient te vermelden op straffe van nietigheid.3 Het Hof ’s-Gravenhage oordeelde echter in twee arresten dat de wet niet voorschrijft dat verwijzing in een vonnis moet worden opgenomen.4 Wesseling-van Gent achtte het vermelden van de verwijzing zuiverder met het oog op het systeem van de wet. Hofhuis echter noemde het arrest van het Hof Amsterdam formalistisch en de voorgeschreven handelwijze omslachtig.5