Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5.4.2
5.4.2 Verwijzing
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174229:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Onder de respondenten die meldden dat in hun afdeling verwijzing van de meervoudige naar de enkelvoudige kamer heeft plaatsgehad, zijn vier strafrechters. Zij schrijven dat in hun afdeling 3, 5, 5 respectievelijk 10 maal is verwezen naar de politierechter. Dit is opmerkelijk, omdat de wet de mogelijkheid van verwijzing naar de enkelvoudige strafkamer niet noemt. Wellicht is bedoeld dat de officier van justitie een zaak bij de meervoudige kamer heeft teruggetrokken en bij de politierechter op zitting heeft geplaatst.
De Jongste & Decae 2010, p. 26; Dijksterhuis, Jacobs & De Jongste 2003, p. 42. Zie over bekostiging paragraaf 9.2.
Een fenomeen dat bekend staat als padafhankelijkheid (David 2000).
Als een meervoudige of enkelvoudige kamer verwijst, gaat de behandeling van de zaak volgens de wet verder in de stand waarin zij zich bevindt. Verwijzing kan in elk stadium van de procedure plaatsvinden, dus ook direct bij aanvang van de behandeling. Hierdoor is de grens tussen toedeling van een zaak en verwijzing niet altijd even scherp afgebakend. Dit lijkt met name het geval bij handelszaken, waarbij in de regel pas na de doorgaans enkelvoudige hoorzitting besloten wordt of een zaak door één of door drie rechters wordt afgedaan.
Vaak verwezen wordt er niet. De meest genoemde aantallen verwijzingen binnen het tijdsbestek van een half jaar waren 5 en 10, door twaalf respectievelijk elf respondenten opgegeven op een totaal van 47 respondenten. Er waren drie uitschieters: twee strafrechters kwamen op een totaal aantal verwijzingen van 61 en 50, een handelsrechter op 51. Als reden voor verwijzing noemden de respondenten hoofdzakelijk de later gebleken complexiteit of het principiële karakter van een zaak. De enkelvoudige kamers van de hoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven verwezen zeer weinig zaken naar een meervoudige kamer, wat weinig verrassend is omdat deze gerechten zaken in principe meervoudig behandelen.
Verwijzing naar de enkelvoudige kamer kwam nauwelijks voor; het meest genoemde aantal is 0, door 43 respondenten genoteerd.1 Als verwijzing al voorkwam, was dat meestal vanwege achteraf gebleken eenvoud van de zaak. Een strafrechter schreef dat als een zaak tijdens de collegiale behandeling simpel bleek, zij toch door de meervoudige kamer werd afgedaan, omdat verwijzing ‘met alle samenhangend gedoe’ meer tijd kost dan bespaart. De respondenten van de hoven, de CRvB en het CBb meldden dat er nooit wordt verwezen naar de enkelvoudige kamer.
Verscheidene rechters lichtten toe hoe verwijzing in hun gerechtsafdeling in zijn werk gaat. Twee bestuursrechters schreven dat ze soms al tijdens de voorbereiding een zaak naar de meervoudige kamer verwijzen, omdat ze tot een ander inzicht zijn gekomen over de meest geschikte manier van afdoening of omdat ze het niet eens zijn met de zaakstoedeling. Twee andere bestuursrechters meldden dat verwijzing ook voorkomt als een zitting al is gehouden, namelijk wanneer een zaak toch ingewikkeld blijkt of als de rechtbank mogelijk om wil gaan. De meervoudigheid schuilt dan in het raadkameren en beslissen.
Een strafrechter liet weten dat het een rechter helemaal vrij staat een enkelvoudig aangebrachte zaak naar de meervoudige kamer door te sturen. Uit eerder onderzoek is echter gebleken dat politierechters zich soms bezwaard voelen om te verwijzen naar de meervoudige strafkamer, omdat ze weten dat de afdeling te kampen heeft met capaciteitsproblemen. Ook het feit dat gerechten betaald worden naar het aantal zaken dat ze per jaar afdoen, noemden zij als argument om niet snel te verwijzen naar de meervoudige kamer.2
Opvallend is vooral dat zo weinig rechters bleken te verwijzen naar een enkelvoudige kamer. Gelet op de beantwoording van de vraag of er wel eens onterecht aan een meervoudige kamer wordt toegewezen, zou dit aantal hoger kunnen zijn. Zoals vermeld weerhield het vermoede gebrek aan tijdswinst een van de rechters ervan om een zaak naar een enkelvoudige kamer te verwijzen. Het kan zijn dat een meervoudige kamer al veel werk heeft verzet als verwijzing een optie wordt en deze daarom niet nodig wordt geacht. Wellicht is het voor rechters gewoonte om de toewijzingskwestie als een gepasseerd station te beschouwen zodra de behandeling is aangevangen, waardoor er niet meer over wordt nagedacht of gediscussieerd.3 En misschien speelt gewoonweg mee dat meervoudige behandeling meestal beter betaalt, al kost ze meer tijd (zie paragraaf 9.2.2). Het is echter goed te beseffen dat verwijzing naar een enkelvoudige kamer niet alleen in het belang van de rechtspraak kan zijn – het kan tijd besparen –, maar ook in dat van de procespartijen. Een kortere doorlooptijd van een enkelvoudige zaak is prettig – soms kan de rechter al na het sluiten van de behandeling ter zitting uitspraak doen – en een veroordeling door de politierechter is wordt als wat minder stigmatiserend gezien dan een door de meervoudige strafkamer.