Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.7.2.5
2.4.7.2.5 Cartesio
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS397943:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 16 december 2008, supra noot 93 (Cartesio).
HvJ EG 16 december 2008, supra noot 93 (Cartesio), r.o. 124.
Deze artikelen zijn nu neergelegd in artikelen 49 en 54 VWEU.
Vgl: Schutte-Veenstra J.N. (2009), supra noot 114, blz. 105-111.
Een verbod op een omzetting door het nationale recht van de 'ontvangende' lidstaat zou hiermee niet in strijd zijn met de artikelen 43 en 48 EG, tenzij de omzetting wel openstaat voor de binnenlandse vennootschappen.
HvJ EG 16 december 2008, supra noot 93 (Cartesio), r.o. 113.
In tegenstelling tot het arrest Daily Mail ging de Cartesio-zaak1 over de verplaatsing van de werkelijke zetel uit een land dat de werkelijke zetelleer aanhangt, in plaats van een land dat uitgaat van de incorporatieleer. Deze verplaatsing heeft in een dergelijk land tot gevolg dat ook de statutaire zetel moet worden verplaatst en dat tevens het toepasselijke recht wijzigt in het recht van het ontvangstland. De vraag rijst of dergelijke voorwaarden kunnen worden gesteld door het land van herkomst. Het Europese Hof oordeelde hierover: 7-131 at de artikelen 43 en 48 EG bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht in die zin moet worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een regeling van een lidstaat die een krachtens het nationale recht van deze lidstaat opgerichte vennootschap belet om haar zetel naar een andere lidstaat te verplaatsen met behoud van haar hoedanigheid van vennootschap die valt onder het nationale recht van de lidstaat volgens wiens wettelijke regeling zij is opgericht'.2 Net als in het Daily Mail-arrest gaat het Europese Hof hier uit van de bevoegdheid van elke lidstaat om zelf voor te schrijven welke aanknoping vereist is om aangemerkt te worden als een vennootschap die volgens dat recht is opgericht. Kiest een lidstaat voor de aanknoping van zowel statutaire zetel als hoofdbestuur en voldoet de vennootschap niet meer aan een van beide, dan is het daaraan verbinden van consequenties niet strijdig met het vestigingsrecht van artikel 43 en 48 EG,3 aldus het Europese Hof.4 De vrijheid van vestiging staat daarentegen wel toe dat een vennootschap zich naar een andere lidstaat verplaatst door zich om te zetten in een vennootschap volgens het recht van die staat, zonder dat die vennootschap bij die omzetting hoeft te worden ontbonden en geliquideerd, indien het recht van de lidstaat van ontvangst dit toestaat.5 Er vindt dan een verandering van het toepasselijke nationale recht plaats, namelijk het recht van de ontvangende lidstaat wordt van toepassing. Deze vrijheid mag echter worden beperkt indien zij wordt gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang.6