Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.7.2.2
2.4.7.2.2 Hughes de Lasteyrie du Saillant
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS399106:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 11 maart 2004, supra noot 110, (Hughes de Lasteyrie de Saillant).
Commissie van de Europese Gemeenschappen (2006), 'Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité; Exit-heffingen en de behoefte aan coordinatie van het belastingbeleid van de lidstaten', d.d. 19 december 2006, COM (2006) 825, blz. 6.
Commissie van de Europese Gemeenschappen (2006), supra noot 173, blz. 7.
Commissie van de Europese Gemeenschappen (2006), supra noot 173, blz. 8.
Merkus, M.J.C. (2006), supra noot 144, blz. 1293-1300. De Europese Commissie heeft Nederland, evenals België en Denemarken verzocht om wijziging van bepalingen in hun belastingwetgeving die tot gevolg hebben dat een onmiddellijke exitheffmg wordt opgelegd aan vennootschappen die hun zetel of activa naar een andere lidstaat verplaatsen. In een eerder stadium heeft de staatssecretaris van Financiën heeft echter gezegd dat het arrest Lasteyrie geen gevolgen heeft voor de uitspraak in de zaak Daily Mail en derhalve ook niet voor de eindafrekeningbelastingen op Nederlandse ondernemingen die hun zetel verplaatsen (antwoorden van de staatssecretaris van Financiën van 9 februari 2005, nr. WDB 200500077U onder punt 2&3). Ook de fiscale gevolgen (artikel 3.60 en 3.61 Wet IB 2001) van de verplaatsing van een IB-onderneming zijn volgens de staatssecretaris niet in strijd met het Gemeenschapsrecht. Inmiddels heeft het Hof Amsterdam prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof over de Nederlandse exitheffingen van emigrerende vennootschappen.
Uit het arrest Lasteyrie1volgt dat belastingplichtigen die hun recht op vrije vestiging uitoefenen door naar een andere lidstaat te verhuizen, niet eerder of zwaarder mogen worden belast dan de belastingplichtigen die in dezelfde lidstaat blijven wonen. De Europese Commissie is van mening dat de interpretatie van de vrijheid van vestiging die het Europese Hof in het arrest Lasteyrie heeft gegeven ten aanzien van de exitheffingsregels voor particulieren, ook rechtstreekse gevolgen heeft voor de exitheffingsregels van de lidstaten voor vennootschappen.2 Een lidstaat zou bijvoorbeeld automatisch uitstel van belastingbetaling moeten verlenen wanneer een ingezeten vennootschap activa overbrengt tussen verschillende vestigingen. Een dergelijk onvoorwaardelijk uitstel zal echter niet noodzakelijk een oplossing bieden voor de bestaande incongruenties tussen de belastingregels van de lidstaten.3 Deze incongruenties zijn bijvoorbeeld de dubbele belastingheffing of de niet-dubbele belastingheffing die ontstaat door verschillende waarderingsmethoden voor de grensoverschrijdende inbreng van activa. De dubbele belasting kan vennootschappen ervan weerhouden om de zetel te verplaatsen. De mogelijkheid om tweemaal niet te worden belast, kan hen ook stimuleren om hun grensoverschrijdende activiteiten zo in te richten dat zij profiteren van de leemten tussen de verschillende nationale belastingstelsels in plaats van hun besluitvorming op een degelijke zakelijke grondslag te vestigen.4 De vraag rijst of het arrest Lasteyrie ervoor heeft gezorgd dat de fiscale voorwaarden gesteld door het land van herkomst, bijvoorbeeld de eindafrekening zoals deze in het Daily Mail-arrest door het Europese Hof is toegestaan, niet meer geoorloofd zijn. Hierover zijn de meningen verdeeld.5