Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/6.8
6.8 Het Verdrag van Maastricht
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS458899:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
PbEG 1992, C 191/1. Zie voor zeer uitgebreide studies naar de onderhandelingen over het Verdrag van Maastricht en de EMU: Dyson & Featherstone 1999; Corbett 1993. Zie over de juridische aspecten van het Verdrag van Maastricht: O’Keeffe & Twomey 1994.
De wijzigingen van het EEG-verdrag staan in titel II van het Verdrag van Maastricht. Artikel G, lid 25, regelt met de vervanging van titel II, hoofdstuk 1, van het EEG-verdrag door titel VI, hoofdstuk 1, het economische aspect van de EMU en met de vervanging van titel II, hoofdstuk 2, van het EEG-verdrag door titel VI, hoofdstuk 2 het monetaire beleid.
Naar aanleiding van de intergouvernementele conferenties die hiervoor aan de orde kwamen, stelden de lidstaten een ontwerpverdrag op, zoals voorgesteld in het Delors-rapport. Op 7 februari 1992 werd dit Verdrag betreffende de Europese Unie (hierna: VEU) ondertekend.1 Genoemd naar de plaats van ondertekening, werd de benaming Verdrag van Maastricht al snel gangbaarder dan het VEU. Het Verdrag van Maastricht kent een tamelijk complexe structuur. Het wijzigt het EEG-verdrag, het EGKS-verdrag en het Euratom-verdrag. Het verdrag trad, na een moeizame ratificatieperiode, waarover meer in par. 6.8.7, in werking op 1 november 1993.
Na enkele algemene opmerkingen (par. 6.8.1) gaan de volgende subparagrafen in op de wijzigingen van het EEG-verdrag op economisch (par. 6.8.2) en monetair (par. 6.8.3) terrein, naar volgorde van het Verdrag van Maastricht.2 Vervolgens behandel ik het tijdspad en de convergentiecriteria uit het Verdrag van Maastricht, op basis waarvan beoordeeld zou worden welke lidstaten konden deelnamen aan verdere integratie (par. 6.8.4). Daarna komt de kritiek aan bod die veelvuldig op dit verdrag is geuit (par. 6.8.5 en 6.8.6). Tot slot ga ik in op de ratificatie van dit verdrag en de valutacrisis van 1992 (par. 6.8.7).
6.8.1 Algemene opmerkingen6.8.2 Economisch beleid6.8.3 Monetair beleid6.8.4 Tijdspad en convergentiecriteria6.8.5 Kritiek op de convergentiecriteria6.8.6 Kritiek op de grenzen aan overheidsfinanciën6.8.7 Ratificatie en de valutacrisis van 1992