Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.2:9.2 Beantwoording van het eerste deel van de onderzoeksvraag
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.2
9.2 Beantwoording van het eerste deel van de onderzoeksvraag
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362969:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf beantwoord ik het eerste deel van de onderzoeksvraag: in hoeverre voldoet het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht aan de uitgangspunten en criteria die het kenbaarmakingsbeginsel stelt? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, heb ik de verworven kennis over het kenbaarmakingsbeginsel (hoofdstuk 2 tot en met 7) naast het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht gelegd (hoofdstuk 8). Daarmee zijn de overeenkomsten en verschillen in kaart gebracht (hoofdstuk 8). Deze overeenkomsten en verschillen vat ik in deze paragraaf samen waarmee het eerste deel van de onderzoeksvraag is beantwoord. Voor een uitgebreide onderbouwing van het antwoord verwijs ik steeds naar de relevante paragrafen van dit proefschrift. Bij het beantwoorden van de eerste onderzoeksvraag ga ik ervan uit dat de eerste vraag van het stappenplan positief is beantwoord, dat wil zeggen dat Unierecht ten uitvoer wordt gebracht. Het antwoord is niet in alle gevallen eenvoudig te geven (paragrafen 8.2.1 tot en met 8.2.6). Hierop kom ik in paragraaf 9.3 terug. In paragraaf 9.2.1 zal ik de subjectieve, objectieve en temporele reikwijdte van het hoorrecht in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht houden naast de reikwijdte van het kenbaarmakingsbeginsel. In paragraaf 9.2.2 houd ik het hoorrecht en het beperken daarvan in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht tegen de reikwijdte van het kenbaarmakingsbeginsel. Hierbij behandel ik de Awb (paragraaf 9.2.2.a), de zware procedure voor vergrijpboeten (paragraaf 9.2.2.b) en de invordering (paragraaf 9.2.2.c) los van elkaar. In paragraaf 9.2.3 trek ik mijn conclusies uit de beantwoording van het eerste deel van de onderzoeksvraag.
9.2.1 De subjectieve, objectieve en temporele reikwijdte van het hoorrecht in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht en de reikwijdte van het kenbaarmakingsbeginsel9.2.2 Het recht een standpunt kenbaar te mogen maken in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht en het kenbaarmakingsbeginsel9.2.3 Conclusie na beantwoording eerste onderzoeksvraag