De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/11.1.2:11.1.2 Paarsgewijze vergelijking
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/11.1.2
11.1.2 Paarsgewijze vergelijking
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174192:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze analyse zijn twee wijzen van paarsgewijze vergelijking (paired comparison) toegepast.1 De eerste wijze behelst dat arresten van gerechtshoven worden vergeleken met vonnissen van rechtbanken die in de procedure daaraan vooraf zijn gegaan. Indien een partij na het hoger beroep in cassatie is gegaan, is ook het arrest van de Hoge Raad, als sluitstuk van de procedure, in de analyse betrokken.2 Deze vergelijking van een uitspraak van een hogere instantie met die van een lagere instantie in dezelfde zaak, wordt verticale vergelijking genoemd.
De bestudeerde arresten zijn in alle gevallen gewezen door een meervoudige kamer; de vonnissen door een meervoudige of enkelvoudige kamer. De vergelijking van overeenkomsten, verschillen en bijzonderheden tussen arresten en vonnissen kan de effecten van rechtspraak door een of meer rechters aan het licht brengen. Het feit dat verticaal wordt vergeleken, kan ook inzicht geven in fouten die een meervoudige of enkelvoudige kamer heeft gemaakt, aangezien die door een autoriteit, namelijk de ‘hogere rechter’, worden vastgesteld. Ook een belangrijke vraag is of vonnissen gewezen door een meervoudige kamer van de rechtbank vaker of minder vaak bevestigd of vernietigd worden dan vonnissen gewezen door een enkelvoudige kamer en op welke gronden dat gebeurt.
De bestudeerde uitspraken zijn beperkt tot zaken over aansprakelijkheid voor schade door blootstelling aan asbest en bestuurdersaansprakelijkheid. Voor deze begrenzing zijn drie redenen. Ten eerste doen rechtbanken zaken in deze categorieën niet steevast af in meervoudige of in enkelvoudige kamer. Daardoor is het mogelijk uitspraken te vergelijken die in dit opzicht in eerste aanleg op verschillende wijzen zijn afgedaan. Ten tweede gaan partijen in deze zaken ‘voldoende vaak’ in hoger beroep bij het hof, wellicht vanwege de grootte van de vorderingen of vanwege het beladen karakter van de zaak. De derde en belangrijkste reden om de analyse te beperken tot enkele categorieën is dat bij het optekenen van verschillen die zien op één aspect, zoals verschillen tussen meervoudige en enkelvoudige rechtspraak, factoren die een betrouwbare vaststelling kunnen verstoren zoveel mogelijk dienen te worden geëlimineerd. De betrouwbaarheid van de vaststelling neemt toe door zaken binnen afgebakende rechtsgebieden te bestuderen.
De tweede wijze van paarsgewijze vergelijking die is toegepast, houdt in dat vonnissen waarvan de onderwerpen zeer grote gelijkenis vertonen niet alleen zijn vergeleken met arresten die later in de procedure zijn gewezen, maar ook onderling. Vergelijking van vonnissen in verschillende maar sterk op elkaar gelijkende zaken wordt horizontale vergelijking genoemd. Horizontale vergelijking van zaken is tevens een bruikbare methode om verschillen en overeenkomsten tussen meervoudig en enkelvoudig gewezen jurisprudentie te onderzoeken. Dit voorkomt immers dat in de analyse vergelijking van meervoudige en enkelvoudige rechtspraak goeddeels samenvalt met vergelijking van rechtspraak in hoger beroep en in eerste aanleg.
In figuur 11.1 zijn de wijzen van paarsgewijze vergelijking vereenvoudigd weergegeven.
Figuur 11.1 Verticale en horizontale vergelijking van uitspraken in hoger beroep en in eerste aanleg, in meervoudige (MK) en in enkelvoudige kamer (EK) (met tussen haakjes het aantal onderzochte uitspraken)
Omwille van de vergelijkbaarheid geldt voor alle geselecteerde zaken in de analyse dat in hoger beroep geen noemenswaardige nieuwe feiten zijn aangedragen en partijen hun stellingen niet of niet fundamenteel hebben aangepast.
Twintig relevante uitspraken zijn ten eerste gevonden door middel van dossieronderzoek bij de afdeling civiel van de gerechtshoven te Arnhem en ’s-Hertogenbosch. De dossiers van het hof bevatten arresten, vonnissen en memories en eventuele tussenarresten en -vonnissen. Medewerkers van de hoven haalden ten behoeve van de jurisprudentieanalyse uit het archief willekeurig dossiers van zaken die recent waren behandeld en die betrekking hadden op de zaakscategorieën bestuurdersaansprakelijkheid en aansprakelijkheid voor asbestziekte. In dit onderzoek worden deze tezamen de ‘geselecteerde categorieën’ genoemd. Vervolgens is beoordeeld of de procespartijen van de beschikbaar gekomen zaken in hoger beroep nieuwe feiten of rechtsgronden (nova) hadden aangedragen. Als zij geen nova hadden opgevoerd, dan waren de zaken in beginsel geschikt voor de analyse. De eerste selectie van uitspraken gebeurde dus willekeurig door gerechtsmedewerkers. Daarna selecteerde de onderzoeker op zaken die betrekking hadden op bovengenoemde categorieën en of er in hoger beroep geen nieuwe feiten en stellingen werden aangevoerd.
De tweede manier waarop uitspraken zijn gevonden is via de publieke weg, namelijk door uitspraken te zoeken die gepubliceerd zijn op de website van de rechterlijke macht (rechtspraak.nl). Bestudeerd zijn tien uitspraken van de zaken die zowel in eerste aanleg als in hoger beroep online staan. Het merendeel van de bestudeerde uitspraken over aansprakelijkheid voor asbestziekten is gewezen door het voormalige Hof Arnhem en door een van de rechtbanken van dat ressort (Almelo, Arnhem, Utrecht, Zutphen en Zwolle-Lelystad). Uit vrijwel alle gerechtshoven en rechtbanken zijn uitspraken onderzocht over bestuurdersaansprakelijkheid. In het overgrote deel van de in de analyse betrokken zaken is einduitspraak gedaan in de jaren 2008 tot en met 2013. Overigens bleken de meeste uitspraken die volgens de eerstgenoemde methode zijn gevonden ook te zijn gepubliceerd op rechtspraak.nl.