Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.5:8.5 Stap 4: Is de beperking gerechtvaardigd?
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.5
8.5 Stap 4: Is de beperking gerechtvaardigd?
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362859:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vierde stap van het stappenplan worden de beperkingen van het recht een standpunt kenbaar te mogen maken in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht onderzocht. Voor het geval dat wordt geconstateerd dat het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht beperkingen kent, zal ik onderzoeken of die beperkingen gerechtvaardigd (kunnen) zijn. In hoofdstuk 6 is uitgebreid ingegaan op de verschillende voorwaarden waaraan een beperking van het kenbaarmakingsbeginsel moet voldoen. Daarbij is veel aandacht besteed aan het evenredigheidsbeginsel stricto sensu (de weging van de met het kenbaarmakingsbeginsel concurrerende beginselen). Bovendien is een omstandighedencatalogus opgesteld. Daarin staan omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de weging van de met het kenbaarmakingsbeginsel concurrerende beginselen. De eisen voor een gerechtvaardigde beperking in combinatie met de omstandighedencatalogus zal ik gebruiken om te onderzoeken welke beperkingen in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht vanuit het perspectief van het kenbaarmakingsbeginsel gerechtvaardigd kunnen of zullen zijn.
In de komende paragrafen worden de verschillende artikelen besproken die een recht een standpunt kenbaar te mogen maken beperken. Beperkingen van het motiveringsvereiste heb ik niet kunnen constateren. Voor zover artikel 3:48 van de Awb een beperking lijkt, is daarvan geen sprake (paragraaf 8.4.1). Het recht op informatie is verder niet geregeld, waardoor beperkingen ook niet zijn geregeld. Daarbij heb ik ook geen beperkingen van het recht op voldoende tijd ter voorbereiding gevonden. Dat is niet verwonderlijk nu het recht op voldoende tijd impliciet in de artikelen 4:7 tot en met 4:9 van de Awb wordt gelezen (paragraaf 8.4.3). Daarom worden in paragraaf 8.5.1 de beperkingen van het recht op (inzage in) de stukken besproken. Vervolgens worden de beperkingen van het recht een standpunt kenbaar te maken besproken. De artikelen 4:7 en 4:8, van de Awb (paragrafen 8.5.2 en 8.5.2.a) hebben hun eigen beperkingen en er is een algemeen artikel 4:11 van de Awb dat individuele beperkingen regelt (paragraaf 8.5.2.b). Daarnaast regelt artikel 4:12 van de Awb een categorale beperking specifiek voor fiscale zaken (paragraaf 8.5.2.c). Voormelde beperkingen zijn allemaal beperkingen van het recht een standpunt kenbaar te mogen maken in de voorfase. De beperkingen van het recht een standpunt kenbaar te maken in de bezwaarfase komen aan bod in paragraaf 8.5.2.d.
Voor vergrijpboeten was al geconstateerd dat alle aspecten van het kenbaarmakingsbeginsel in de zware procedure zijn neergelegd. De zware procedure voor vergrijpboeten kent geen beperkingen. De zware procedure voldoet daarmee aan de eisen van het kenbaarmakingsbeginsel. Deze zware procedure zal daarom hierna niet worden besproken.
De IW 1990 kent een artikel dat weliswaar naar de letterlijke tekst het recht een standpunt kenbaar te mogen maken ten aanzien van bezwarende fiscale besluiten niet beperkt, maar dit artikel werkt voor de voorfase feitelijk wel zo uit. Daarom zal dit artikel wel worden besproken (paragraaf 8.5.2.e).
8.5.1 Beperkingen van het recht op (inzage in) de stukken8.5.2 Beperkingen van het recht een standpunt kenbaar te mogen maken