Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/3.2.2
3.2.2 Rechterlijke functie
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233720:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreid Tribe 2000, p. 311- 333; Rotunda en Nowak 2012, p. 258-272.
Zie in de Nederlandse literatuur Sillen 2010, p. 10-11.
Zie uitgebreid Tribe 2000, p. 334-361 en 385-464; Rotunda en Nowak 2012, p. 272-365.
Zie U.S. Supreme Court 10 juni 1968, 392 U.S. 83 (Flast v. Cohen), 95: ‘Justiciability is the term of art employed to give expression to [the] limitation placed upon federal courts by the ‘case and controversy’ doctrine.’ Vgl. ook U.S. Supreme Court 25 juni 1974, 418 U.S. 208 (Schlesinger v. Reservists to Stop the War), 215; U.S. Supreme Court 2 april 2007, 549 U.S. 497 (Massachusetts v. EPA), 516.
U.S. Supreme Court 26 maart 1962, 369 U.S. 186 (Baker v. Carr), 209.
Het Hof maakte allereerst duidelijk dat de political question-doctrine raakt aan de rechterlijke functie. Het vertrekpunt hierbij vormt artikel III, § 2, van de Amerikaanse Grondwet:
‘The judicial Power shall extend to all Cases […] arising under this Constitution, the Laws of the United States, and Treaties made, or which shall be made, under their Authority; [and] to Controversies […].’
Uit deze bepaling volgt dat de functie of bevoegdheid van de Amerikaanse federale rechter beperkt is tot de beslechting van ‘Cases’ en ‘Controversies’.1 Daarmee worden geschillen van civielrechtelijke, strafrechtelijke of bestuursrechtelijke aard bedoeld.2
Dit betekent echter niet dat ieder geschil voor beslechting door de federale rechter in aanmerking komt. Eiser moet ook belang hebben bij de beslechting van het geschil, dit belang mag niet zijn vervallen op het moment waarop de rechter zich daarover buigt, en het geschil moet voldoende concreet en actueel zijn. De Amerikaanse federale rechter spreekt in dit verband respectievelijk over standing, mootness en ripeness.3 Deze verschillende doctrines worden op hun beurt geschaard onder het overkoepelde leerstuk van justiciability. Dit leerstuk vult het ‘case-or-controversy’-vereiste uit artikel III, § 2, nader in.4
In Baker v. Carr verduidelijkte het Hof dat ook de political question-doctrine onder het leerstuk van justiciability moet worden geschaard. Komt de rechter tot het oordeel dat een political question aan de orde is, dan is sprake van een ‘nonjusticiable’ geschil of van een ‘nonjusticiable political question’.5 Het geschil wordt dan geacht niet geschikt te zijn voor beslechting door de rechter en valt daarmee buiten de rechterlijke functie of bevoegdheid.