De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/3.1.1:3.1.1 Denken en beslissen
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/3.1.1
3.1.1 Denken en beslissen
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174115:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Elders in de literatuur worden deze systemen ook wel aangeduid als het intuïtieve of automatische systeem respectievelijk het rationele, analytische of deliberatieve systeem.
Van Koppen 2011, p. 226.
Dijksterhuis 2008, p. 116-118; Verheij 2011.
Gebaseerd op: IJzermans 2011, p. 160. Zie ook paragraaf 3.3.
Kahneman 2011, p. 32-33; Thaler & Sunstein 2008; Evans 1984.
Guthrie, Rachlinski & Wistrich 2007 en 2001; Wagenaar & Crombag 2002.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Mensen die een beslissing moeten nemen terwijl ze geconfronteerd worden met een berg informatie die ze niet goed kunnen verwerken, blijken in de praktijk op twee manieren met dit probleem om te gaan. Ten eerste kunnen zij het nemen van een beslissing uitstellen of vermijden. Als dat niet mogelijk of wenselijk is, zoals bij rechtspraak het geval is, kunnen zij er bewust of onbewust toe overgaan informatie te filteren. Heuristieken zijn daarbij behulpzaam. Deze laten zich omschrijven als praktische denkregels die de werkelijkheid tot voor de mens hanteerbare proporties terugbrengen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan vuistregels of intuïtie. Heuristieken stellen ons in staat betrekkelijk snel en eenvoudig beslissingen te nemen.
In de psychologische literatuur wordt ons denkproces wel voorgesteld als twee denkbeeldige systemen. Het heuristische systeem, ook wel systeem 1 genoemd, wordt aangedreven door onze intuïtie en ons onderbewuste. Het is in die zin automatisch dat het niet aan en uit kan worden gezet, maar voortdurend en meestal onbewust onze gedachten en gedragingen stuurt. Het systeem zorgt ervoor dat we snel en eenvoudig tot oordelen en beslissingen komen en is daarom zo verleidelijk. Daar tegenover staat het reflectieve systeem, ook wel aangeduid als systeem 2.1 Dit gaat juist beredenerend en calculerend te werk en bevindt zich normaliter in een sluimerstand. De kans op betere beslissingen neemt toe als we systeem 2 gebruiken, maar deze methode is trager en kost meer energie. Bovendien geeft rationeel beslisgedrag geen garantie voor betere beslissingen. Zo schrijft Van Koppen dat er met bewijsmiddelen niet valt te rekenen, omdat daar geen getallen aan kunnen worden toegekend.2 Dijksterhuis wijst erop dat juist bij zeer belangrijke keuzes, zoals partnerkeuze, emoties een rol spelen die moeilijk onder woorden te brengen zijn (talig zijn). Als je je keuze moet motiveren en daarover na gaat denken, gebruik je (deels) andere argumenten dan wanneer je een keuze maakt op gevoel, zonder daarover uitvoerig na te denken. Veel nadenken, schrijft Dijksterhuis, kan ertoe leiden dat argumenten die in woorden te vatten zijn belangrijker worden gemaakt dan ze in feite zijn.3 Kenmerken van beide systemen zijn in figuur 3.1 weergegeven.4
Figuur 3.1 Kenmerken van het heuristische en reflectieve systeem
Heuristisch systeem
Reflectief systeem
Onbewust proces, resultaat dringt door in het bewustzijn
Bewust proces en bewust resultaat
Soepel
Moeizaam
Snel
Traag
Automatisch
Wilsafhankelijk
Associatief
Analytisch
Gebaseerd op herkenning van patronen
Gebaseerd op toepassing van regels en criteria
Gebruik van expliciete, impliciete en stilzwijgende kennis
Gebruik van expliciete kennis
Het zal niet verbazen dat systeem 1 dominant is. Misschien verwondert het dat systeem 1 lang niet altijd vermeden hoeft te worden om behoorlijke beslissingen te nemen. Volgens Kahneman functioneert het over het algemeen zelfs zeer goed: het schat bekende situaties goed in, doet meestal correcte kortetermijnvoorspellingen en reageert adequaat op uitdagingen. Evolutionair gezien was dat vaak bittere noodzaak: als het aankomt op vechten of vluchten ontbreekt het aan tijd om een uitvoerige analyse van de situatie te maken.5 Maar systeem 1 kan er ook toe leiden dat we in moeilijker en meer onoverzichtelijke omstandigheden risico’s en kansen verkeerd inschatten en op basis van gebrekkige en slecht verwerkte informatie beslissingen nemen. Met name als we onder druk staan, nemen we gemakkelijk onze toevlucht tot systeem 1. De weinig spectaculaire conclusie luidt dus dat systeem 1 en systeem 2 allebei bruikbaar zijn en dat het van de omstandigheden afhangt welk van de systemen wanneer moet worden ingezet. Het is niet gemakkelijk te zeggen welke omstandigheden dat zijn. De beslisser doet er goed aan om zijn neiging om systeem 1 te gebruiken te overdenken – inderdaad met behulp van systeem 2 – om te beoordelen of dat in de gegeven omstandigheden volstaat.
Tal van experimenteel onderzoek wijst uit dat de verleiding om systeem 1 in te zetten moeilijk te weerstaan is. Guthrie en anderen hebben aangetoond dat ook rechters systeem 1 gebruiken en zij niet ongevoelig zijn voor denkfouten en heuristieken.6