RvdW 2026/312:Zware mishandeling door aangever tegen gezicht te slaan waardoor deze letsel aan oog, jukbeen, wang en gebit heeft opgelopen (art. 302 lid 1 Sr). 1. Post-Keskin. Afwijzing van een voorafgaand aan nadere tz. in hoger beroep per e-mail gedaan verzoek tot horen van belastende getuige (6 maanden na instellen h.b.), op de grond dat noodzaak daarvan niet is gebleken en ‘niet alle belastende getuigen door verdediging moeten kunnen worden ondervraagd’. Kon hof de bij politie afgelegde verklaring van belastende getuige ook zonder bestaan van compenserende factoren voor bewijs gebruiken? 2. Bewijsklacht voorwaardelijk opzet op toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. 3. Betrouwbaarheid van verklaringen van ‘belastende getuigen’. 4. Afwijzing van voorwaardelijk verzoek tot benoemen van deskundige. 5. Redelijke termijn in h.b. Kon hof oordelen dat overschrijding van redelijke termijn zich laat verklaren door ‘proceshandelingen’ van verdediging en hof hierom zal volstaan met constatering van overschrijding van redelijke termijn? 6. Schriftuur benadeelde partij. Kunnen klachten over vordering b.p. en ’s hofs oordeel dat in strafzaak kan worden volstaan met vaststelling dat redelijke termijn is overschreden, worden aangemerkt als cassatiemiddel? Ad 1., 2., 3., 4. en 5. HR: art. 81 lid 1 RO. Ad 6. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen middelen a.b.i. wet. Dat geldt ook voor middelen a.b.i. art. 437 lid 3 Sv. Als zodanig middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over rechtspunt betreffende haar vordering. Schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven.