RvdW 2026/37:Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto van klaagster onder haar partner t.z.v. verdenking van rijden zonder geldig rijbewijs. 1. Oordeel Rb (enkelvoudige kamer) dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter in strafzaak tegen partner van klaagster zal bevelen dat auto wordt verbeurdverklaard, art. 33a lid 2 onder a Sr. Kon Rb oordelen dat klaagster wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat haar auto door haar partner zonder rijbewijs zou worden gebruikt? 2. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Had Rb in het licht van stelling dat klaagster de inbeslaggenomen auto nodig heeft voor haar werk en dat auto voor haar ook emotionele waarde heeft, blijk moeten geven van onderzoek naar vraag of voortzetting van beslag in overeenstemming is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit? HR: art. 81 lid 1 RO.