De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.4:I.3.4 De Eerste Kamer in de eerste lezing
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.4
I.3.4 De Eerste Kamer in de eerste lezing
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS284929:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wijze van behandeling in de Eerste Kamer is anders dan in de Tweede Kamer. Op grond van de artikelen 84 en 85 Grondwet heeft de Eerste Kamer geen recht van amendement. Bij voorstellen betreffende een grondwetsherziening doen de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning het voorbereidend onderzoek in een voorlopig verslag. Dat lijkt op het onderzoek in commissies in de Tweede Kamer. De leden van deze commissie van de Eerste Kamer geven commentaar op het voorstel, waarna de regering middels een memorie van antwoord reageert. In een (eind)verslag reageren de leden van de commissie op de memorie van antwoord. Als de schriftelijke voorbereiding gereed is volgt de plenaire beraadslaging.
Nu ik de procedure op hoofdlijnen geschetst heb, geef ik in het navolgende aan hoe de Eerste Kamer zich in de eerste lezing heeft opgesteld vanaf 1815. Daarbij onderzoek ik in hoeverre de Eerste Kamer een grondwetsherziening heeft gedwarsboomd in eerste lezing. Dat is met enige regelmaat voorgekomen. Daarnaast is ook nog een aantal voorstellen ingetrokken toen deze bij de Eerste Kamer lagen.
I.3.4.1 Het initiatiefvoorstel-SchaepmanI.3.4.2 De grondwetsherziening van 1922I.3.4.3 De grondwetsherziening van 1953I.3.4.4 Andere herzieningenI.3.4.5 Ingetrokken voorstellen bij de Eerste KamerI.3.4.6 Bevindingen over de Eerste Kamer in eerste lezing