Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.3.2:7.3.2 Rechtspositie schuldeiser die ontbinding vordert
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.3.2
7.3.2 Rechtspositie schuldeiser die ontbinding vordert
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS442371:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zoals opgemerkt, kan een niet-opgekomen schuldeiser ontbinding van een akkoord verzoeken. Het verzoek kan echter pas worden toegewezen, nadat vastgesteld is dat hij schuldeiser is dan wel de schuldenaar diens vordering heeft erkend. Zie art. 6 lid 3 Fw. Vgl. paragraaf 7.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 5 is uiteengezet dat de status die een vordering inneemt in een faillissement, de rechtspositie van een schuldeiser bepaalt nadat het faillissement door een akkoord is geëindigd. Dit blijkt onder meer uit art. 159 Fw, waarin de executoriale titel slechts wordt gegeven aan een schuldeiser met een erkende, niet door de schuldenaar betwiste vordering. De status die een vordering in een faillissement heeft, is eveneens bepalend in de situatie dat de schuldenaar het akkoord jegens een schuldeiser niet nakomt.1 Deze schuldeiser kan dan in plaats van nakoming op de voet van art. 165 lid 1 Fw ook ontbinding van het akkoord verzoeken.2 De status die de vordering van de verzoekende schuldeiser heeft in het faillissement, speelt een belangrijke rol bij de beoordeling van het verzoek tot ontbinding van het akkoord. Om die reden zal hierna een uitwerking worden gegeven van de consequenties van de status die een vordering in het faillissement heeft, op de beoordeling van een verzoek tot ontbinding van een akkoord.