Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.3.8:7.3.8 Beoordeling ontbindingsverzoek van een in surseance toegelaten schuldeiser
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.3.8
7.3.8 Beoordeling ontbindingsverzoek van een in surseance toegelaten schuldeiser
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS443630:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hetgeen in dit kader voor de surseance wordt opgemerkt, komt overeen met dat wat hiervoor is gezegd over een in faillissement voorwaardelijk toegelaten schuldeiser. Immers, ook in deze situatie geldt dat een schuldeiser van de betwiste vordering niettemin door de rechter-commissaris (of de rechtbank) kan worden toegelaten tot de stemming over een akkoord. De rechter-commissaris heeft zich in het kader van de toelating een oordeel moeten vormen over de gegrondheid van de vordering. Door een schuldeiser van de betwiste vordering toe te laten tot de stemming over een akkoord geeft de rechter-commissaris te kennen dat de vordering hem voldoende gestaafd voorkomt. In het kader van de ontbinding van dat akkoord is in beginsel het uitgangspunt dat aan het summierlijk blijken van de vordering is voldaan. Ook hier geldt dat de schuldenaar die de vordering in surseance heeft betwist, in de kortdurende ontbindingsprocedure aannemelijk dient te maken dat de vordering niet of niet langer bestaat.