Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.3.1
7.3.1 Inleiding
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS447312:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Ontbinding ingevolge art. 165 lid 1 Fw kan eerst worden verzocht, indien de schuldenaar in gebreke blijft aan het akkoord te voldoen. Mede in verband met het ingrijpende gevolg van art. 167 Fw wordt aangenomen dat een verzoek tot ontbinding eerst kan worden ingesteld, indien de schuldenaar in verzuim is. Zie nader paragraaf 3.4.4.
Zie art. 165 Fw. Voor het ontbindingsverzoek is overigens geen executoriale titel vereist. In verbinding met art. 159/274 Fw betekent dit dat ook een schuldeiser van een betwiste vordering een ontbindingsverzoek kan indienen.
De Raad van State was echter van mening dat een verzoek tot ontbinding van het akkoord eigenlijk een rechtsvordering tot ontbinding van een overeenkomst betekende. Een dergelijke vordering behoorde volgens hen niet in raadkamer, maar op een openbare terechtzitting te worden behandeld als een geding tussen partijen. Zie Kortmann/Faber, Geschiedenis van de Faillissementswet, heruitgave Van der Feltz II, p. 200.
Indien de schuldenaar het akkoord niet nakomt, kan iedere schuldeiser jegens wie de schuldenaar in gebreke1 blijft, ontbinding van het akkoord verzoeken.2 Het verzoek tot ontbinding geschiedt op een andere wijze dan ontbinding van een 'gewone' wederkerige overeenkomst. De Faillissementswet voorziet, in afwijking van de artt. 6:265 e.v. BW, met art. 166 Fw in een eigen ontbindingsprocedure. Het verzoek tot ontbinding van een akkoord wordt op dezelfde manier aanhangig gemaakt als een verzoek tot faillietverklaring. In art. 166 Fw wordt immers verwezen naar de artt. 4, 69 en 12 Fw. Het verzoekschrift tot ontbinding van een akkoord zal door een advocaat ter griffie moeten worden ingediend (art. 4 lid 1 jo. art. 5 Fw). Op grond van art. 167 lid 1 Fw heeft de ontbinding van een akkoord heropening van het faillissement ten gevolge. Daarom heeft de wetgever3 gekozen voor de procedure tot faillietverklaring als de meest aangewezen vorm voor de behandeling van het verzoek tot ontbinding:
"Indien een gewoon proces gevoerd moest worden over de vraag of er aanleiding bestaat tot faillietverklaring, het faillissement zou van weinig nut zijn. Evenals nu voor de faillietverklaring eene bijzondere procedure wordt voorgesteld, die de waarborgen voor eene goede beslissing met eene spoedige behandeling weet te vereenigen, behoort dit ook hier te geschieden, en houdt men dit in het oog, dan is ook juist de procedure voor de faillietverklaring de aangewezene om hier te worden toegepast."4
De vordering tot ontbinding van een akkoord wordt bij verzoekschrift ingeleid. Vervolgens dient de rechtbank te onderzoeken of het verzoek van de schuldeiser al dan niet kan worden toegewezen. Hoe dient de rechtbank hierbij te werk te gaan? De beantwoording van voornoemde vraag is onlosmakelijk verbonden met de in hoofdstuk 5 besproken vraag of de vordering van de verzoekende schuldeiser al dan niet door de schuldenaar is betwist. In de paragrafen hierna zal de beoordeling van een ontbindingsverzoek worden besproken aan de hand van de rechtsposities die een schuldeiser kan innemen in een faillissement.