Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/1.1
1.1 State of the art
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686139:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Boekraad 1997, p. 5, Dirix 2009, p. 65, Van Apeldoorn 2010, p. 25 en Erasmus 1976, p. 15 en 16. Zie ook, buiten de literatuur, de opmerking van Staatsecretaris J. Kleinsma: “De gelijke behandeling van schuldeisers zonder preferente positie (paritas creditorum) is essentieel.” (Kamerstukken II 2008/09, 24515, nr. 152).
Goode 2011, p. 235: “The most fundamental principle of insolvency law is that of pari passu distribution, all creditors participating in the common pool in proportion to the size of their admitted claims” (zie ook p. 99-100). Vgl. Keay & Walton 2012, p. 505, Kahil 2011, p. 13 e.v. en Pluta 2009, p. 119. De paritas creditorum wordt ook een fundamenteel beginsel van Europees Insolventierecht genoemd (Wiórek 2005, p. 62-63) en een beginsel van Cross-Border Insolvency Law (Bork 2017, p. 17).
Verstijlen 2006, p. 1166. Vgl. Van Zanten 2012, p. 12 en Van Zanten 2009, p. 99 e.v.
Verstijlen 2006, p. 1166.
Vriesendorp 2013 onder nummer 12.
Concurrente schuldeisers zijn schuldeisers die zich niet op een voorrangsrecht kunnen beroepen. Voor hen geldt de hoofdregel van de paritas creditorum.
Een belangrijke reden dat schuldeisers met een voorrecht door de bank genomen evenmin een hoog uitkeringspercentage ontvangen, ligt volgens Verstijlen in de (nog) sterkere positie van de pand- en hypotheekhouders (Verstijlen 2006, p. 1163).
Van Apeldoorn 2010, p.33. Zie voorts De Weijs 2010, p. 16.
Luttikhuis 2007, p. 34.
Zie Wessels 2009, p. 6 voetnoot 20.
Karapetian, Lennarts & Verstijlen 2021. De auteurs merken hierbij op (p. 13) dat vanwege de gehanteerde onderzoeksmethode en het relatief geringe aantal onderzochte faillissementen het onderzoek niet representatief is, maar slechts beoogt een ruw beeld te geven van de positie van concurrente schuldeisers. Zie ook Tideman 2022, p. 98 die heeft berekend aan de hand van CBS-onderzoeksgegevens dat over de periode 2004-2015 het gemiddelde uitkeringspercentage aan concurrente schuldeisers ongeveer 4% bedroeg.
Keay & Walton 2012, p. 506: “Notwithstanding the fact that the pari passu principle is said to be at the heart of insolvency law and fundamental to it (…), it has been eroded significantly and remains only as a theoretical doctrine.”; Goode 2011, p. 239; Mokal 2005, p. 100.
Vriesendorp 2013 onder nummer 12. Zie voorts Wessels 2009, p. 6 en 7.
Wessels 2009, p. 7 (zie ook pagina 6, voetnoot 20). Zie voorts Wessels VI 2020, p. 79: “De paritas is een farce, althans dat wijst de praktijk van alledag uit”. Vgl. buiten de literatuur, de opmerking van minister Korthals Altes. Hij merkte in 1985 in het kader van de bespreking in de Tweede Kamer van wetsvoorstel 16631 op: “ik wil mij te buiten gaan aan een gewaagde uitspraak: de paritas creditorum bestaat niet in ons Nederlandse recht” (zie Handelingen Tweede Kamer, wetsvoorstel 16631, 29 augustus 1985, p. 6430).
Mokal 2005, p. 96. Vgl Mokal 2001, p. 621: “not only it is rare and unnecessary in the real world, it is also useless as an ideal”. Zie voor een weerlegging van deze stelling: De Goode 2011, p. 99.
Zie voorts 54 Fw.
Zie o.a. Franken 2019, p. 44.
Zie De Weijs 2010, p. 14. In onder meer het Engelse recht worden deze handelingen aangeduid als: preferences. Zie nader hierover De Weijs 2010, p. 145 e.v.
Zie o.a. Rijckenberg 2008, p. 258-259 en Janssen & Schollen 2003, p. 402, 429 en 430. Anders: Huizink 2002, p. 167. Zie voorts de bespreking van de literatuur in hoofdstuk 4.
Zie o.a. Franken 2019, p. 42 en verder. Hij maakt onderscheid tussen de “rangorde-paritas” (de in artikel 3:277 BW neergelegde verdelingsregel) en de “samenloop-paritas”. Bij de samenloopparitas gaat het om het zich niet mogen onttrekken aan enige insolventieregeling.
Als het gaat om gelijkheid tussen schuldeisers in het faillissementsrecht wordt doorgaans gerefereerd aan de paritas creditorum. De paritas creditorum wordt tegen deze achtergrond in de Nederlandse literatuur frequent gekarakteriseerd als een fundamenteel leerstuk van het insolventierecht.1 Dit komt overeen met het standpunt dat in overwegende mate in de internationale literatuur over de paritas creditorum (pari passu) wordt ingenomen.2
Een enkele schrijver neemt een tussenpositie in. Zo acht Verstijlen de betekenis van de paritas creditorum als hoofdregel bij de verdeling zeer beperkt. Toch ziet hij een belangrijke rol voor het leerstuk weggelegd daar waar het recht onder de noemer van de paritas creditorum instrumenten aanreikt om te bewerkstelligen dat elke schuldeiser krijgt hetgeen hem toekomt.3 Verstijlen stelt hierbij: “Men brengt deze instrumenten wel onder de noemer van de paritas creditorum, maar men dient zich te realiseren dat men de term dan in een andere betekenis gebruikt dan die welke in artikel 3:277 B.W. is verwoord.”4
Onverlet het standpunt over de doctrinaire betekenis van de paritas creditorum, is er in de literatuur overeenstemming over het functioneren van de paritas creditorum als verdelingsregel in de praktijk. Van de paritas creditorum komt als hoofdregel bij de verdeling bitter weinig terecht, aldus het heersende standpunt.5 Verstijlen wijst in dit verband op de relatief lage uitkeringspercentages die concurrente schuldeisers6 gemiddeld ontvangen.7 Van Apeldoorn schrijft dat alle in de loop van de tijd toegestane uitzonderingen op de gelijkheid van schuldeisers “leiden tot de slotsom dat de paritas creditorum dood is”.8 In door Luttikhuis uitgevoerd empirisch onderzoek wordt bewijs geleverd van de stelling dat concurrente schuldeisers gemiddeld een relatief geringe uitkering ontvangen. Zij heeft in dit verband vastgesteld dat de recovery rate van de concurrente schuldeisers over de jaren 1996 tot en met 2004 3,2% bedraagt. Recovery rate wordt hierbij gedefinieerd als: “de hoogte van de uitkering gedeeld door de hoogte van de nominale schuld”.9 Onder meer dit onderzoek wordt in de literatuur aangehaald in het kader van de onderbouwing van de stelling dat er weinig van de paritas creditorum terecht komt.10 Recent is in het kader van een in opdracht van het WODC uitgevoerd verkennend onderzoek vastgesteld dat het uitkeringspercentage van concurrente crediteuren bij een 100-tal onderzochte faillissementen gemiddeld 0,1% bedroeg.11 In de internationale literatuur wordt overigens in gelijkluidende zin gedacht over het functioneren van de paritas creditorum in de praktijk.12
Vanwege het (enkele) feit dat er in de praktijk weinig van de paritas creditorum terecht komt, zijn er schrijvers die de paritas creditorum een relatief onbelangrijke regel vinden. Vriesendorp stelt bijvoorbeeld dat het beginsel slechts beperkte waarde heeft doordat de uitzonderingen vaker voorkomen dan de regel.13 Wessels stelt dat de paritas creditorum eerder een rekenregel is dan een in het positieve recht tot uitdrukking komend beginsel.14 In de internationale literatuur is in dit verband met name bekend geworden het betoog van Mokal die spreekt over de “Myth of Pari Passu.”15
De paritas creditorum wordt in de literatuur niet alleen een rol toegedicht bij de verdeling van de netto-opbrengst in de verdelingsfase van een faillissement, maar ook in de prefaillissementsperiode (hierna ook wel genoemd: de schemerperiode voor faillissement) en in de periode vanaf de faillietverklaring van de schuldenaar tot het moment waarop de verdeling plaatsvindt. Ter toelichting wordt kort op het volgende gewezen.
In de schemerperiode voor faillissement zou de paritas creditorum over de band van met name16 de faillissementspauliana17 doorwerken.18 Hierbij gaat het om het redres van een specifieke vorm van schuldeisersbenadeling. Handelingen waardoor een bestaande schuldeiser voldaan wordt of – ten opzichte van de overige schuldeisers van de schuldenaar – in een betere positie komt te verkeren kunnen onder omstandigheden worden teruggedraaid.19 De achterliggende gedachte bij het terugdraaien van deze handelingen is dat er door deze handelingen minder overblijft in het kader van de verdeling van de opbrengst onder de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar en dat er dus sprake is van een schending van de paritas creditorum. Kenmerkend voor deze vorm van redres is dat de handelingen voor de schuldenaar zelf niet benadelend zijn. Het eigen vermogen verandert immers niet door de voldoening van een schuld. In de verhouding tussen de schuldeisers onderling zijn de handelingen wel relevant. De ene schuldeiser krijgt wel betaald en de overige schuldeisers worden niet betaald. Het bestrijden van deze vorm van ongelijke behandeling staat centraal bij dit redresmiddel.
Daarnaast wordt in de literatuur wel betoogd dat – ook buiten de faillissementspauliana om – aan de paritas creditorum in de schemerperiode voor faillissement soms al een bepaalde werking kan worden toegekend. Indien er sprake is van een samenloop van schuldeisers, terwijl de schuldenaar
niet over voldoende middelen beschikt om zijn schuldeisers te voldoen en hij weet dat zijn faillissement valt te verwachten, zou (de bestuurder van) de schuldenaar bij het doen van betalingen aan schuldeisers al rekening moeten houden met de paritas creditorum.20
De paritas creditorum zou tot slot ook een rol hebben in de periode vanaf de faillietverklaring van de schuldenaar tot het moment waarop de verdeling plaatsvindt (hierna genoemd: de beheerfase). De rol van de paritas creditorum in die periode zou dan zijn het bewerkstelligen van een gelijke behandeling van de schuldeisers teneinde te voorkomen dat een bepaalde schuldeiser buiten de formele kaders om ten onrechte betaling ontvangt.21
Resumerend: Aan de paritas creditorum zou (naast de functie van verdelingsregel in het kader van de verdeling) mogelijk ook betekenis toekomen in de schemerperiode voor faillissement en in de beheerfase. Er bestaat in de literatuur consensus over de stelling dat er in de faillissementspraktijk van de paritas creditorum als verdelingsregel weinig terecht komt. In een (belangrijk) deel van de literatuur wordt (desondanks) het standpunt ingenomen dat de paritas creditorum een belangrijk beginsel in het insolventierecht is. Er zijn echter ook tegengeluiden: de paritas creditorum is – geparafraseerd weergegeven – een règle négligeable. Een fossiel uit vervlogen tijden waar – gelet op de vele uitzonderingen en gelet op de recovery rate van een concurrente schuldeiser in een gemiddeld faillissement – niet of nauwelijks betekenis aan toekomt.