Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.3.2.5
II.3.2.5 Bijzondere vormen van toetsing: the doctrine of overbreadth
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS585974:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Paragraaf 3.2.2. Zie U.S. Supreme Court 26 mei 1987, 481 U.S. 739 (United States v. Salerno), 745: ‘The fact that the [...] Act might operate unconstitutionally under some conceivable set of circumstances is insufficient to render it wholly invalid, since we have not recognized an ‘overbreadth’ doctrine outside the limited context of the First Amendment.’U.S. Supreme Court 16 juni 2003, 539 U.S. 113 (Virginia v. Hicks), 118: ‘The First Amendment doctrine of overbreadth is an exception to our normal rule regarding the standards for facial challenges.’In U.S. Supreme Court 17 mei 2004, 541 U.S. 600 (Sabri v. United States), 609-610 aanvaardt het Hof, dat deze doctrine of overbreadth ook geldt buiten de vrijheid van meningsuiting van het First Amendment.
Zie de tekst bij nt. 227 e.v..
Toetsing van wettelijke voorschriften aan de vrijheid van meningsuiting, het recht op abortus, het recht om het land te verlaten of de Enforcement Clause van het Fourteenth Amendment geschiedt op een andere dan de hiervóór beschreven wijze. Een voorschrift is reeds dan on its face in strijd met die normen als een substantieel aantal toepassingen van dat voorschrift onrechtmatig is.
Deze doctrine is bekend als de doctrine of overbreadth. Zij wijkt zowel af van het Salerno-criterium als de hiervóór besproken splitsingsregels.
De doctrine of overbreadth wijkt af van Salerno, omdat zij een ander criterium aanlegt voor de vraag wanneer een voorschrift on its face onrechtmatig is. Volgens Salerno is daarvan pas sprake als een voorschrift geen enkele rechtmatige toepassing kent.1 De overbreadth-doctrine zegt echter dat een substantieel aantal onrechtmatige toepassingen daarvoor voldoende is.
De doctrine wijkt ook af van de hiervóór besproken splitsingsregels. Volgens die splitsingsregels leidt de onrechtmatigheid van één of enkele toepassingen alleen dan tot de onrechtmatigheid van het gehele voorschrift als – kort gezegd – vaststaat dat de wetgever het voorschrift zonder die onrechtmatige toepassingen niet zou hebben vastgesteld. Die wil van de wetgever is bij toepassing van de overbreadth-doctrine echter niet van belang: beslissend voor de rechtmatigheid van het voorschrift is slechts het aantal (mogelijke) onrechtmatige toepassingen.
Een ander verschil tussen de splitsingsregels en de overbreadth-doctrine treedt op de voorgrond bij toetsing van statelijke voorschriften door de federale rechter. Dat verschil bespreek ik in de volgende (sub)paragraaf.2
II.3.2.5.1 De vrijheid van meningsuitingII.3.2.5.2 Het recht op abortusII.3.2.5.3 Het recht om het land te verlatenII.3.2.5.4 De Enforcement Clause van het Fourteenth AmendmentII.3.2.5.5 Kritiek