Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/4.3.4
4.3.4 Ontwikkelingen in de bestuursrechtelijke bewijsuitsluiting
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285682:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk: Hof ’s-Hertogenbosch 20 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:515, r.o. 4.27.3 waarin werd geoordeeld dat: “(…) het belang van een juiste belastingheffing en bestrijding van belastingontwijking [dient, VDS] te worden afgewogen tegen het belang van een zuiver rechtsstatelijk, normconform handelen van de Staat. Die belangenafweging dient te voldoen aan normen van subsidiariteit en proportionaliteit”.
In vergelijkbare zin: L.G.M. Stevens, Belastingontduiking moet worden aangepakt, maar niet ten koste van de rechtsstaat, FD 16 december 2019, https://fd.nl/opinie/1328088/belastingontduiking-moet-worden-aangepakt-maar-niet-ten-koste-van-de-rechtsstaat (online, geraadpleegd op 3 maart 2020).
Dat er weinig zaken bekend zijn wil overigens niet zeggen dat dit in het geheel niet zou kunnen voorkomen.
Vooropgesteld dient te worden dat bij de verwerking van fiscale gegevens (door zowel de Belastingdienst als andere bestuursorganen in de hoedanigheid van afnemer van fiscale gegevens) het rechtstatelijk, normconform handelen door de Staat het uitgangspunt dient te zijn.1 Met dit uitgangspunt zouden bestuursorganen mijns inziens in principe geen gebruik moeten willen maken van gegevens die in strijd met de fiscale geheimhoudingsbepaling zijn verstrekt of ontvangen. Dit doet immers afbreuk aan het belang van de strikte fiscale geheimhoudingsbepaling. De beginselen van legaliteit en legitimiteit, de privacybeginselen en het beginsel van effectieve rechtsbescherming zouden tot een uiterst terughoudend gebruik moeten leiden. Zoals blijkt uit het hiervoor aangehaalde voorbeeld over het gebruik van inkeergegevens door de AFM heeft – na een afweging van belangen – de fiscale geheimhoudingsplicht het in die casus afgelegd tegen de materiële waarheidsvinding.2 Hoewel (gelukkig) weinig gevallen bekend zijn van bestuursorganen die fiscale gegevens hebben gebruikt die zijn verkregen in strijd met de fiscale geheimhoudingsverplichting, wordt hierna stilgestaan bij enkele (mogelijke) ontwikkelingen.3
4.3.4.1 Onderscheid (niet-)punitieve doeleinden?4.3.4.2 De één overheid-gedachte?4.3.4.3 Meer aandacht voor privacy?4.3.4.4 Fundamentele rechten?