Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/3.10.2:3.10.2 Keuzeregelingen in het kader van dit onderzoek
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/3.10.2
3.10.2 Keuzeregelingen in het kader van dit onderzoek
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS412612:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de in par. 3.10.1 genoemde voorbeelden volgt dat bij de totstandkoming van een keuzeregeling de volgende vier elementen een rol spelen:
doelgroep: alleen bestaande of ook nieuwe toestanden?
keuzemoment: eenmalige keuze of jaarlijkse keuze?
keuzetermijn: keuze binnen bepaalde of onbepaalde tijd?
keuze-inhoud: actieve keuze voor oude of nieuwe regeling?
De uiteindelijke vormgeving van de keuzeregeling wordt bepaald door de in deel II te bespreken beginselen van behoorlijk overgangsbeleid. Aan de hand van de in par. 3.10.1 besproken theorie kunnen echter wel reeds enkele voorlopige conclusies worden getrokken met betrekking tot het keuzemoment, de inhoud van de keuze en de keuzetermijn. Gelet op de doelstelling van een overgangsmaatregel – het begeleiden van de overgang van een oude naar een nieuwe regel – ligt het treffen van een regeling op grond waarvan belastingplichtigen jaarlijks een keuze mogen maken niet voor de hand. De wetgever heeft dan ook terecht tot op heden niet in een jaarlijkse keuzemogelijkheid voorzien. Wat betreft de keuze-inhoud neem ik op grond van hetgeen ik in par. 3.10.1 heb behandeld vooralsnog het standpunt in dat bij een belastende wetswijziging een actieve keuze voor het nieuwe regime moet worden gemaakt. Het moment waarop de belastingplichtige zijn keuze kenbaar zou moeten maken, hangt met name af van het heffingsmoment. Indien de voordelen jaarlijks in de belastingheffing worden betrokken, zoals het geval is bij vermogensbestanddelen die tot box 3 behoren, ligt het voor de hand dat de keuze uiterlijk wordt gemaakt bij het indienen van de aangifte over het kalenderjaar waarin de wetswijziging voor het eerst werkt. In alle andere gevallen dient de keuze uiterlijk op het moment dat het eerste belastbare feit zich aandient – gemeten vanaf het werkingsmoment –, kenbaar te worden gemaakt.
In het kader van dit onderzoek definieer ik de term keuzeregeling als volgt:
Een keuzeregeling is een overgangsmaatregel die bepaalde, nader aangeduide, belastingplichtigen eenmalig de keuze biedt om vanaf het werkingsmoment de nieuwe regeling òf voor bepaalde of onbepaalde tijd de oude regeling van toepassing te laten zijn.
Keuzeregelingen worden met name getroffen bij wetswijzigingen die zowel begunstigend als belastend kunnen uitwerken. De gevolgen van een keuzeregeling kunnen dan ook niet in één overzicht worden weergegeven. Een keuze voor de oude regel komt overeen met eerbiedigende werking (par. 3.4). In geval een wetswijziging leidt tot materieel en/of maatschappelijk terugwerkende kracht of ingrijpt in voldongen feiten of afgeronde toestanden, worden deze gevolgen van werking weggenomen door een keuze voor de oude regel. Ook een ingrijpen in voldongen feiten of afgeronde toestanden kan door een keuze voor de oude regel ongedaan worden gemaakt. Een keuze voor de oude regel zal in beginsel slechts worden gemaakt door de belastingplichtige voor wie de wetswijziging belastend is. Als de wetswijziging begunstigend is, is de belastingplichtige immers gebaat bij materieel en/of maatschappelijk terugwerkende kracht.
Een keuze voor de nieuwe regel heeft dezelfde gevolgen als onmiddellijke werking (par. 2.5). Indien de werking van de nieuwe regel leidt tot materieel en/ of maatschappelijk terugwerkende kracht en men kiest op grond van de keuzeregel voor het nieuwe regime, neemt de keuzeregel de materieel en/of maatschappelijk terugwerkende kracht niet weg. Bezien vanuit de belastingplichtige is dit alleen bezwaarlijk als de wetswijziging belastend is.
Ter verduidelijking geef ik in een schematisch overzicht weer wat de gevolgen van een keuzeregeling zijn indien de werkingsregel leidt tot materieel of maatschappelijk terugwerkende kracht:
Wetswijziging is voor belastingplichtige belastend
Wetswijziging is voor belastingplichtige begunstigend
Keuze voor oude regel: keuzeregel neemt de gevolgen van werking weg*
Keuze voor oude regel: keuzeregel neemt de gevolgen van werking weg**
Keuze voor nieuwe regel: keuzeregel laat de gevolgen van werking in stand**
Keuze voor nieuwe regel: keuzeregel laat de gevolgen van werking in stand
* Dit is anders indien slechts voor een bepaalde periode een keuze voor de oude regel wordt gemaakt of slechts voor een afgeleide van de oude regel kan worden gekozen.
** Dit effect is nadelig voor de belastingplichtige.
Naar zijn aard kan een keuzeregeling dan ook begunstigend of belastend uitwerken. In het overzicht heb ik situaties waarin de keuzeregel begunstigend uitwerkt gecursiveerd. Indien belastingplichtigen in staat zijn de voor hen in financieel opzicht gunstigste keuze te maken, is de keuzeregeling een begunstigende overgangsmaatregel.