Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/5.5.1:5.5.1 De codificatie in het Handvest
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/5.5.1
5.5.1 De codificatie in het Handvest
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363010:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie preambule van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie; zie ook: Keulemans 2016A onder 3.1.
Zie vierde zin van de preambule van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds 1 december 2009 is het Handvest van kracht. Het Handvest betreft primair Unierecht. In het Handvest zijn alle politieke, economische en sociale grondrechten opgenomen die de Unie aan de (natuurlijke en rechts-) personen van de Europese Unie garandeert. De in het Handvest opgenomen grondrechten vloeien voort uit constitutionele tradities en de internationale verplichtingen die de lidstaten gemeen hebben (waaronder het EVRM en door de Unie en de Raad van Europa opgestelde sociale handvesten).1 Het Handvest heeft als doel de grondrechtenbescherming te versterken door relevante rechten beter zichtbaar te maken.2 Het in de rechtspraak van het Hof van Justitie ontwikkelde Unierechtelijke verdedigingsbeginsel is op drie plaatsen in het Handvest op verschillende wijze gecodificeerd. Het betreft de artikelen 41, 47 en 48 van het Handvest. Als het Unierecht ten uitvoer wordt gebracht, kan een belanghebbende rechtstreeks een beroep doen op de grondrechten van het Handvest.
5.5.1.a Artikel 41 van het Handvest5.5.1.b Artikel 47 van het Handvest5.5.1.c Artikel 48 van het Handvest