Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/4.5
4.5 De (indirecte) rechtsbescherming
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285482:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk o.a.: HR (civiele kamer) 14 mei 1964, ECLI:NL:HR:1964:15, NJ 1964/430, HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1256, V-N 2017/37.5 en ABRvS 2 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3318.
Het gesloten stelsel van fiscale rechtsbescherming van art. 26 AWR staat overigens al jarenlang ter discussie (vide: de verwijzingen opgenomen in Vakstudie Algemeen Deel, commentaar op art. 26 AWR, aant. 2.2 (online, geraadpleegd op 21 maart 2020)). Vergelijk: het commentaar van De Bont die zich afvraagt of de stapeling van procedures en pre-procedures wel nodig is (HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1785, BNB 2020/30, met noot G.J.M.E. de Bont, par. 1 en par. 4).
Deze belangen kunnen met elkaar botsen. Bij belastingaanslagen hebben de belastingplichtige en de inspecteur exact hetzelfde belang: het opleggen van de juiste belastingaanslag.
Zie o.a.: M.W.C. Feteris, Rechtsbescherming door de belastingrechter anno 2016, WFR 2017/29, par. 2.3 en G.J.M.E. de Bont, Praktische fiscale rechtsbescherming, alle fiscale geschillen uitsluitend bij de belastingrechter, NTFR 2021/1329.
Hierbij kan worden gedacht aan een inspecteur die in een geschil over een informatiebeschikking nog even de spreekwoordelijke kaarten tegen de borst wil houden. Een belanghebbende zou kunnen procederen over de vraag of het verstrekken van deze informatie noodzakelijk is voor uitvoering van de belastingwet terwijl de belastingrechter – in een procedure over de informatiebeschikking – de toepassing van art. 8:29 Awb al kan toetsen (vergelijk: Hof Den Haag 10 maart 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:462 en Hof ’s-Hertogenbosch (geheimhoudingskamer) 27 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3632).
Hierbij kan worden gedacht aan een voorgenomen verstrekking door de inspecteur aan de Inspectie SZW van fiscale gegevens. Nog los van de vraag of de fiscale gegevens – door een jarenlange fiscale procedure – nog tijdig aan de Inspectie SZW verstrekt kunnen worden, zou in een procedure over het besluit (op basis van de fiscale gegevens) dat de Inspectie SZW neemt de rechtmatigheid van de verstrekking van de fiscale gegevens door de inspecteur eveneens aan de orde gesteld kunnen worden.
G.J.M.E. de Bont, Praktische fiscale rechtsbescherming, alle fiscale geschillen uitsluitend bij de belastingrechter, NTFR 2021/1329.
Vergelijk: het rapport Burgers beter beschermd (2021), blz. 116.
HvJ EU 16 mei 2015 (Berlioz), ECLI:EU:C:2017:373 en ABRvS 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:453, BNB 2020/73. Zie ook: W. Boei en J.A.R. van Eijsden, De introductie van het bestuurlijk rechtsoordeel in het belastingrecht, WFR 2020/144 en B.F.M. de Koning & L.C. de Jager, Buitenwettelijke rechtsbescherming voor dienstverleningslichamen bij internationale gegevensuitwisseling, WFR 2020/145.
Art. 5, tweede lid, WIB (oud) en art. 7, derde lid, WIB (oud). De invoering van de kennisgevingsprocedure paste (destijds) volgens de Staatssecretaris van Financiën in de Nederlandse opvatting om privacy en individuele rechtsbescherming in zo breed mogelijke zin zeker te stellen (MvA, Kamerstukken II 1984/85, 18 852, nr. 6, blz. 13). Zie ook: K.R.C.M. Jonas en J.A.R. van Eijsden, De kennisgeving vooraf bij internationale uitwisseling verdwijnt. En daarmee de rechtsbescherming ook! WFR 2013/1180. Langereis merkte hier ooit over op: “Zo is het naar ik meen niet aanvaardbaar dat een belanghebbende geen bezwaar kan maken tegen het verstrekken door de Nederlandse fiscus van gegevens aan buitenlandse administraties, en vaak zelfs niet eens zal weten dat deze gegevens verstrekt worden. Het belang is vooral gelegen in het geheimhouden van gewichtige commerciële gegevens en bedrijfsgeheimen. Art. 67 AWR is in dat opzicht lacuneus te noemen” (Ch.J. Langereis in: Verslag, Kamerstukken II 1984/85, 17 050, nr. 33, blz. 5). Vergelijk: Cahiers de Droit International (vol. 105b) 2020, blz. 340.
Conclusie A-G J. Kokott van 2 juli 2020, ECLI:EU:C:2020:516.
HvJ EU 6 oktober 2020 (B e.a./Luxemburg), ECLI:EU:C:2020:795, FED 2021/14, r.o. 105.
HvJ EU 6 oktober 2020 (B e.a./Luxemburg), ECLI:EU:C:2020:795, FED 2021/14, r.o. 80-84. Vergelijk: M. Ruigrok & L.M.A. van den Berg, Internationale uitwisseling van informatie: een sprankje hoop op fiscale rechtsbescherming? TFB 2021/1-5.
Brief Staatssecretaris van Financiën van 1 april 2021 (Internationaal fiscaal (verdrags)beleid), Kamerstukken I 2020/21, 25 087, nr. P, antwoord op vragen 2-4.
Binnen het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staat tegen een beslissing op grond van art. 67 AWR geen bezwaar en beroep bij de (fiscale) bestuursrechter open. Hierdoor resteert in voorkomende gevallen de civiele rechter bij geschillen over art. 67 AWR.1 Het is de vraag of het voor bezwaar vatbaar maken van besluiten op grond van art. 67 AWR wenselijk is.2 Met de doelstellingen van de fiscale geheimhoudingsplicht wordt – anders dan bijvoorbeeld een belastingaanslag – immers beoogd de belangen van zowel belasting-, administratie- en inhoudingsplichtigen en derden als de inspecteur te beschermen.3 Aan het moeten voorleggen van geschillen omtrent art. 67 AWR aan de civiele rechter kleven enerzijds enkele haken en ogen.4 Anderzijds wordt met het voor bezwaar vatbaar maken van geschillen omtrent art. 67 AWR het risico gelopen dat deze procedures worden aangegrepen als vertragingsinstrument.5 Daarnaast bestaat de kans op ‘dubbele’ procedures; een deel van de procedures zal bijvoorbeeld gaan over het verstrekken van fiscale informatie aan andere bestuursorganen waarbij de rechtsbescherming – weliswaar indirect – al is geregeld.6 Het is de vraag of dit uiteindelijk de rechtsbescherming ten goede komt. De Bont heeft een open stelsel voor ogen, tenzij de wetgever expliciet heeft bepaald dat er geen rechtsmiddel openstaat.7 Hierdoor gaan besluiten op het gebied van belastingen behoren tot de absolute rechtsmacht van de belastingrechter. Nader (praktijk)onderzoek moet uitwijzen of het voor bezwaar vatbaar maken van beschikkingen op grond van art. 67 AWR wenselijk en haalbaar is, of dat bijvoorbeeld een kennisgevingsprocedure voldoende rechtsbescherming biedt. Dit vergt een (fiscaliteit-overstijgende) afweging van enerzijds de privacybeginselen en het beginsel van effectieve rechtsbescherming en anderzijds de beginselen van zorgvuldigheid en evenredigheid en de beginselen van effectiviteit en efficiëntie. Dit moet leiden tot een optimale balans tussen rechtshandhaving en rechtsbescherming.8 Hierbij dient ook de rechtsbescherming in internationaal verband en het nationale bestuursrecht te worden meegenomen; zo kan bijvoorbeeld op grond van het Berlioz-arrest van het HvJ EU een betrokkene de rechtmatigheid van een inlichtingenverzoek (marginaal) laten toetsen.9 Dat compenseert de afgeschafte kennisgevingsprocedure uit de WIB, ooit bedoeld om de geheimhouding te waarborgen, in ieder geval gedeeltelijk.10 A-G Kokott heeft tevergeefs gepleit dat – gezien art. 47 Handvest EU – alle betrokkenen (niet alleen de informatieplichtige, maar ook de belastingplichtige en betrokken derden) rechtsmiddelen moeten kunnen aanwenden bij een inlichtingenverzoek uit het buitenland.11 Het HvJ EU oordeelde echter dat art. 47 Handvest EU zich niet verzet tegen het uitsluiten van een beroepsmogelijkheid door de belastingplichtige – tegen wie in de andere lidstaat een onderzoek loopt – tegen het inlichtingenverzoek.12 Rechtsbescherming wordt volgens het HvJ EU geboden in de belastingprocedure waarin die informatie door de ontvangende staat van de desbetreffende belastingplichtige wordt gebruikt.13 In lijn met deze uitspraak vond de Staatssecretaris van Financiën het niet nodig om – bij internationale gegevensuitwisseling – rechtsbescherming te bieden aan de belastingplichtige.14 In het vervolg van deze paragraaf komen enkele onderwerpen aan bod die eveneens relevant zijn bij de beoordeling van de rechtsbescherming in het kader van art. 67 AWR.
4.5.1 ‘Kan’-bepalingen en onttrekkingsmogelijkheden4.5.2 Verschoningsrecht voor belastingambtenaren4.5.3 Beperkingen in de informatieverplichtingen4.5.4 Privacyregels