Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.3.3:9.3.3 Stap 3: Heeft de belanghebbende zijn standpunt naar behoren en effectief kenbaar kunnen maken?
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.3.3
9.3.3 Stap 3: Heeft de belanghebbende zijn standpunt naar behoren en effectief kenbaar kunnen maken?
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362856:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als vaststaat dat het Unierecht ten uitvoer wordt gebracht en sprake is van een adressaat van een bezwarend overheidsbesluit, wordt toegekomen aan de vraag of de belanghebbende zijn standpunt ook daadwerkelijk naar behoren en effectief kenbaar heeft kunnen maken. De belanghebbende heeft daarvoor het recht op informatie (paragraaf 5.4.1), het recht op (inzage in) de stukken (paragraaf 5.4.2), het recht op voldoende tijd ter voorbereiding van de verdediging (paragraaf 5.4.3) en het recht een standpunt kenbaar te mogen maken (paragraaf 5.4.4). In de paragrafen 8.4.1 tot en met 8.4.4 is onderzocht hoe de verschillende deelaspecten van het kenbaarmakingsbeginsel in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht zijn geregeld. Het recht op informatie voor de voorfase is niet geregeld. In de praktijk is te zien dat een belanghebbende deze informatie met enige regelmaat wel krijgt, bijvoorbeeld via een voornemen of een rapport van een boekenonderzoek. Ten aanzien van de motiveringsplicht is het recht op informatie zowel voor de voorfase als voor de bezwaarfase goed geregeld. Het recht op (inzage in) de stukken wordt pas vanaf de bezwaarfase geregeld en is daarbij gekoppeld aan het hoorgesprek. Daarbij is niet duidelijk of een belanghebbende weet dat met het afstand doen van het hoorgesprek hij ook zijn recht op (inzage in) de stukken verspeelt. Alhoewel het recht op voldoende tijd ter voorbereiding van de verdediging niet expliciet wordt geregeld, is niet gebleken dat de gegeven termijnen in de praktijk problematisch zijn. Een standpunt kenbaar maken is zowel voor de voorfase als voor de bezwaarfase mogelijk, maar heeft voor de voorfase een beperktere reikwijdte (alleen feitenvergaring).
Voor vergrijpboeten, waarop de zware procedure van artikel 5:53 van de Awb van toepassing is, is het recht een standpunt naar behoren en effectief kenbaar te mogen maken voor de voorfase voor alle deelaspecten van het kenbaarmakingsbeginsel in overeenstemming met het Unierecht (paragraaf 8.4.4). Op dit punt zijn geen aanpassingen nodig.
Voor bestuurdersaansprakelijkheid voor bepaalde belastingen is in de Leidraad Invordering 2008 opgenomen dat al in de voorfase de belanghebbende de gelegenheid krijgt een standpunt kenbaar te maken. Hierbij is het recht op (inzage in) de stukken niet geregeld.
De lappendeken met verschillende deelaspecten die al dan niet zijn gecodificeerd, geven de belastingdienst weinig duidelijkheid over wat van de dienst wordt verwacht. Het is daarom niet vreemd dat de belastingdienst soms alleen dat doet wat is gecodificeerd en de rest niet, hetgeen niet wenselijk is en kan leiden tot schending van het kenbaarmakingsbeginsel. Dergelijke schendingen kunnen worden voorkomen door bij de codificatie van het kenbaarmakingsbeginsel de vier deelaspecten van het kenbaarmakingsbeginsel ook te codificeren.
9.3.3.a Aanbeveling naar aanleiding van de stappen 1, 2 en 39.3.3.b De gevolgen en de uitvoerbaarheid van aanbeveling 1