De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/7.7.2:7.7.2 Bijdragen van rechters
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/7.7.2
7.7.2 Bijdragen van rechters
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174199:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De mate waarin rechters aan het overleg bijdragen is in het algemeen waarschijnlijk afhankelijk van de inhoud van de zaak, de voorbereiding, de persoonlijkheid van de rechter, de andere leden van de meervoudige kamer en de omstandigheden waaronder wordt geraadkamerd (het tijdstip van overleggen, de tijdsdruk).
In de Professionele standaarden strafrecht uit 2016, p. 9, wordt aanbevolen meervoudige zaken meervoudig voor te bereiden en te concipiëren, wat betekent dat elke strafrechter het volledige dossier leest/kent en de uitspraken reviseert.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In alle bijgewoonde raadkameroverleggen was er ruimte voor individuele inbreng. De mate waarin rechters bijdroegen aan de discussie in de raadkamer varieerde per zaak.1 In vijf raadkameroverleggen was de inbreng van een van de rechters vrijwel nihil. In vier gevallen ging het om de jongste rechter, eenmaal om de oudste rechter. De laatste verontschuldigde zich vooraf voor het feit dat diens bijdrage bescheiden zou zijn, omdat het aan tijd had ontbroken om het dossier goed door te nemen. Tijdens één overleg raakten voorzitter en oudste rechter zodanig met elkaar in discussie dat de jongste rechter zelfs bij het nemen van een beslissing niet meer werd betrokken. In een andere zaak had de aanvankelijk aangestelde voorzitter zich vóór de zitting teruggetrokken omdat hij een van de betrokkenen in het proces kende. De nieuw aangetreden voorzitter had zich niet op de zaak voor kunnen bereiden. Dit was ter zitting en ook ter raadkamer nauwelijks merkbaar, mede omdat hij de inhoudelijke discussie met partijen en raadslieden vooral aan de andere leden van de kamer overliet.
Was gedurende de zittingen aan de technische leiding duidelijk te merken wie van de rechters de voorzitter was, tijdens de raadkameroverleggen verviel dit onderscheid. De voorzitter leidde het beraad in noch uit en vatte zelden samen. Zelden was te merken wie tijdens de zitting voorzitter was geweest.
Uit het voorgaande bleek dat een van de rechters vertelde niet het hele dossier te hebben gelezen voorafgaand aan de behandeling. Wordt daarmee een norm overschreven of is het toelaatbaar dat rechters in meervoudige kamer een dossier niet volledig hebben gelezen voor de zitting? Sinds 2016, dus na de geobserveerde zittingen, zijn hierover in de Professionele standaarden civiele rechter regels vastgesteld. Die luiden dat de rechter in enkelvoudige en meervoudige kamer alle processtukken lezen.2 Zij hoeven de producties echter alleen te lezen voor zover van belang. Het is aan partijen om in de processtukken de relevantie van een productie duidelijk te maken. In meervoudige kamer is verdeling van taken in de behandeling ter zitting toegestaan, maar het dossier mag niet onder de leden worden verdeeld. Uit discussieverslagen over het concept professionele standaarden blijkt dat rechters hierover flink van mening verschillen. Enkelen vonden zich geen volwaardig lid van de kamer als ze niet alles zouden hebben gelezen, anderen zagen er geen bezwaar in om taken te verdelen in een grote zaak: ‘Je moet vertrouwen op collega’s’ en ‘Het gaat erom dat je al pratende tot een beslissing komt.’