Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/296
Motivering schadevergoedingsmaatregel. Aansprakelijkheid voor schade o.g.v. art. 6:106 aanhef en onder b BW in geval van belaging en smaad.
HR 03-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:147
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 februari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/04890
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:147, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1291, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑12‑2024
- Wetingang
Essentie
Motivering schadevergoedingsmaatregel. Aansprakelijkheid voor schade op grond van art. 6:106 aanhef en onder b BW in geval van belaging en smaad.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt over de (motivering van de) door het hof opgelegde schadevergoedingsmaatregel ter zake van de bewezenverklaarde feiten.
Het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte het slachtoffer gedurende ruim dertien maanden heeft belaagd en zich schuldig heeft gemaakt aan smaadschrift door haar ‘op verschillende manieren het leven zuur te maken’, te weten door haar veelvuldig (anoniem) te bellen en op social media beledigende teksten en (bewerkte) foto’s van het slachtoffer te plaatsen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.