Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/4.4.4
4.4.4 Bijstand van de griffier
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174207:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Een buitengriffier is een oproepkracht die wordt ingezet om tijdens een zitting het proces-verbaal te schrijven of anderszins rechters niet-inhoudelijk terzijde te staan.
Tot 2002 had het instituut griffier een andere betekenis; tot die tijd was de griffier van een gerecht degene die de leiding had over het ondersteunende apparaat dat de rechters bijstond (Hofhuis 2013, p. 77).
Van den Eijnden 2011, p. 295.
Zie voor de wettelijke grondslag hiervan de serie bepalingen in voetnoot 247.
Zie de paragrafen 6.4, 6.6.3 en 7.7.3 over de griffier ter zitting en in de raadkamer.
De wet kan griffierswerkzaamheden opdragen aan daartoe aangewezen gerechtsambtenaren, rio’s, gerechtsauditeurs en buitengriffieren (art. 14, derde en vierde lid, Wet RO).1 Deze worden griffier genoemd.2 In de wet wordt niet geëxpliciteerd wat onder griffierswerkzaamheden wordt verstaan. Volgens de parlementaire geschiedenis bestaat de taakvervulling van de griffie uit juridische en administratieve werkzaamheden. Administratieve werkzaamheden worden daarin ‘eigenlijke griffiewerkzaamheden’ genoemd.3
Degene die griffierswerkzaamheden verricht ter ondersteuning van een rechtspreker is verplicht de aanwijzingen van deze rechtspreker op te volgen (art. 14, zevende lid, Wet RO). Het gerechtsbestuur geeft de griffier in dit kader geen aanwijzingen, omdat het anders de geschilbeslechting zou kunnen beïnvloeden waardoor de onafhankelijkheid van de rechter in het geding zou kunnen komen. De rechterlijke onafhankelijkheid strekt zich niet tot de griffier uit, maar de bevoegdheid van de zaaksrechter om een griffier aanwijzingen te geven versterkt wel zijn eigen functionele onafhankelijkheid.4
De griffier heeft ook zelfstandige taken. Zo dient hij de rechterlijke beslissingen te ondertekenen5 en aanwezig te zijn tijdens het uitspreken van de beslissing in strafzaken en bestuurszaken (art. 362, 415 en 443 Sv; art. 8:78 Awb). In de praktijk heeft de griffier, in het bijzonder als hij tot de juridische ondersteuning behoort, veelvuldig een belangrijke taak in de oordeelsvorming (zie de paragrafen 7.7.3, 7.8.2 en 7.8.3). Hem wordt ook veelvuldig gevraagd bij te dragen aan de behandeling van een zaak door een concept te schrijven.6 In een uitspraak is de bijdrage van een griffier soms zichtbaar door vermelding van initialen aan het einde van de uitspraak, na de afkorting ‘Coll.:’. Vanzelfsprekend is ook de griffier gehouden tot geheimhouding van alles wat in de raadkamer over de aanhangige zaken is geuit, alsook van de gegevens waarover hij bij de uitoefening van zijn ambt de beschikking krijgt en waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden (art. 7, derde lid, en artikel 13 Wet RO).