De rol van de paritas creditorum bij een faillissement
Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/4.4.2:4.4.2 Een schuldeiser van de schuldenaar veroorzaakt vermogensbenadeling
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/4.4.2
4.4.2 Een schuldeiser van de schuldenaar veroorzaakt vermogensbenadeling
Documentgegevens:
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686201:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Neem nogmaals de hiervoor genoemde fictieve situatie. Stel: de schuldenaar verkoopt aan een schuldeiser goederen ter waarde van € 100.000,00 waarna de schuldeiser de koopsom verrekent met zijn vordering op de schuldenaar. Hier is wel sprake van een schending van de gelijke behandeling. In de onderlinge verhouding tussen de schuldeisers heeft één schuldeiser 100% betaling ontvangen, terwijl voor de overige schuldeisers geldt dat zij een lager percentage ontvangen.
Dat er sprake is van een schending van de gelijke behandeling betekent op zichzelf nog niet dat het handelen van de schuldeiser ongeoorloofd is. Dat is uitsluitend het geval indien het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers in een regel tot uitdrukking komt. Dergelijke regels zijn neergelegd in de artikelen 42 (de variant), 47 en 54 Fw.
In de hiervoor besproken situatie werkt de bestuurder van de schuldenaar (uitgaande van een rechtspersoon) mee aan de ongelijke behandeling van de schuldeisers van de schuldenaar. De vennootschap zelf wordt geen schade toegebracht, maar de gezamenlijke schuldeisers worden benadeeld in hun verhaalsmogelijkheden. De vraag of de bestuurder van de schuldenaar de schuldeisers gelijk moet behandelen, is een andere vraag dan de vraag of een schuldeiser mag toestaan dat hij ongelijk wordt behandeld. Bij een schuldeiser gaat het om de vraag in hoeverre hij rekening moet houden met de belangen van zijn mede-schuldeisers. Een schuldeiser mag meegaan in een ongelijke behandeling, tenzij er sprake is van strijdigheid met de artikelen 42 (de variant), 47 of 54 Fw. Bij de bestuurder van de schuldenaar speelt de vraag in hoeverre hij in de schemerperiode vóór faillissement de verdelingsregels die tijdens faillissement gaan gelden al moet bewaken. In dit verband geldt geen algemene regel op grond waarvan de bestuurder gehouden is de gelijke behandeling tussen de schuldeisers in de periode vóór faillissement te bewaken. Bijzondere omstandigheden kunnen hiertoe wel aanleiding geven.