De rol van de paritas creditorum bij een faillissement
Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/4.3:4.3 Regels waarin het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers tot uitdrukking komt
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/4.3
4.3 Regels waarin het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers tot uitdrukking komt
Documentgegevens:
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686186:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik beperk mij hierbij bovendien tot de civielrechtelijke vormen van redres.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hierna ga ik in op de vraag of in de schemerperiode voor faillissement het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers in andere regels dan de paritas creditorum tot uitdrukking komt.
Schuldeisers van een schuldenaar hebben ex artikel 3:276 BW een verhaalsrecht op het vermogen van de schuldenaar. Indien een schuldenaar geen verhaal biedt, betekent dit in beginsel dat de schuldeisers geen voldoening van hun vordering zullen ontvangen. In beginsel, want onder omstandigheden kan een curator namens de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar vanwege handelen van een derde partij, de benadeling ongedaan maken door een vordering in te stellen tegen die derde partij. Het handelen van die derde partij moet dan een ongeoorloofd karakter hebben. Ik som hierna de belangrijkste mogelijkheden tot redres van schuldeisersbenadeling op.1 Hierbij ga ik uitsluitend in op de mogelijkheden die een curator heeft (en niet op mogelijkheden die individuele schuldeisers hebben nu deze situatie buiten het bereik van de voorliggende vragen valt). Vervolgens zal ik telkens de vraag beantwoorden of de maatregel die wordt besproken, kan worden aangemerkt als een regel waarin het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers tot uitdrukking komt.
4.3.1 Faillissementspauliana4.3.2 Verrekening ex artikel 54 Fw4.3.3 Bestuurdersaansprakelijkheid4.3.4 Onrechtmatige daad